Alle avonturen

NewYork

Ecuador

Bolivia

Peru

Ecuador

Aankomst in New York (Oscar) (15-09-2001)

Zaterdag 15 september 2001

Wel, hallo allemaal :)

Op het laatste moment ('s morgens) nog gebeld en toen bleek dat we konden vertrekken. De vlucht ging erg makkelijk, veel controle maar toch erg weinig oponthoud.

.

Eenmaal geland op Newark Airport werden de rookpluimen van Manhattan zichtbaar. Door ´immigration´ en het bagage ophalen ging merkwaardig vlot. Van overdreven veiligheidsmaatregelen was niets te merken. Op schiphol was men veel strenger dan in Newark.
Een bus gepakt naar ons hostel (YMCA).


Index

New York (Oscar) (16-09-2001)

Zaterdag 15 september

Het 'VanderBilt YMCA' is ons hostel voor de twee nachten in New York. Vanuit hier is veel op loopafstand bereikbaar:

Om ongeveer half zeven 's avonds waren we ingecheckt in onze YMCA. Toen ´s avonds wat rondgelopen in de buurt van 42-nd street. Best wel indrukwekkend al die hoogbouw. Na een terrasje zijn we op tijd gaan slapen.

De volgende ochtend waren we om zeven uur op en hadden we de hele dag de tijd om NY te ontdekken. Nou dit hebben we dan ook gedaan! Eerst naar het Bellevue hospital maar op zondag konden we geen bloed geven. Verder veel gelopen. Je kon tot ongeveer een kilometer van het WTC komen. Een tijdje tussen de mensen gestaan die klapten als er weer eens een brandweerauto of andere hulpverleners uit ´het gebied´ kwamen. Je gaat toch vanzelf meeklappen...

Verder merk je in New York weinig van alles. Soms ruik je een brandlucht en je ziet ook nog de rook. Correctie: die brandlucht komt van de vele hotdog-standjes....
Verder hebben ze hier meer dan 20 televisiekanalen die 24 uur per dag over de aanslag berichten. Bij het ziekenhuis maar ook in andere delen van de stad hangen veel pamfletten met vermiste personen. Maar het straatleven gaat zijn gangetje. Het contrast tussen arm en rijk is hier ongekend: terwijl een zwerver een vuilnisbak aan het inspecteren is gooien anderen er wat in of rijdt er weer eens een verlengde auto met geblindeerd glas voorbij. Veel winkels zijn open op zondag (waaronder Macey's: "the biggest store in the world", een soort mega bijenkorf dus).

Het weer is heel fijn: zonnig, we lopen in korte broek en T-shirt. Genieten van Broadway, 5th avenue, allemaal namen die ik alleen nog maar van films kende. Een beetje meegekregen van Greenwich Village en van soho (kunstenaarswijk). Erg gezellig met kroegen, straatverkoop en ateliers. Ook zijn er wat straatjes waar het verkeer gelukkig niet zo nadrukkelijk aanwezig is.

Zelfs nog helemaal naar de Brooklyn Bridge gelopen en genoten van een mooi uitzicht richting Brooklyn. ´s Avonds in 'Little Italy' uit eten geweest. Toen maar weer helemaal terug naar ons hostel en weer mooi op tijd gaan slapen.

De volgende dag (maandag) nog naar het Bellevue hospital geweest maar ze namen pas weer bloed af vanaf woensdag. Na een heerlijke lunch (echt een aanrader: hoek 17th street en 3th ave) de bus richting Newark Airport voor onze vlucht naar Quito.


Index

Quito (Oscar) (17-09-2001)

Maandag 17 september

Met bijna twee uur vertraging kwamen we om half één 's nachts aan in Quito. Gelukkig stond Miguel (vriend van Frank) ons nog op te wachten. Dit was duidelijk te zien aan het bordje met ´Oscar´ wat hij zeer duidelijk omhoog hield. Miguel bracht ons naar een hostel en we spraken af om in November met Frank (en Rob) erbij wat cervezas te pakken (nog niet wetende dat Frank helemaal niet meer zou komen). Nu werd het alweer tijd om te slapen: de volgende dag hadden we alweer een hele vliegdag naar La Paz voor de boeg. Een beetje teveel van het goede. Onze paspoorten zijn al door heel wat mensen gecontroleerd en we zijn er nog niet eens. Enfin, dat hoort er kennelijk bij en morgen zitten we lekker in La Paz en kan wat ons betreft de echte reis beginnnen :)


Index

Aankomst in La Paz (Hanke) (18-09-2001)

Dinsdag 18 september

Hola!

We zijn om negen uur 's avonds in La Paz aangekomen. In het donker zagen we honderden kleine lichtjes in een kom van zwarte bergen liggen: een mooie verwelkoming van Bolivia! Aangekomen op het vliegveld, veilig en wel, was mijn rugzak niet bij de bagage. Meteen wat vliegveldmensen erbij geroepen, en na nog een half uur wachten kwam hij plots toch op de lopende band vallen, rits open en zak die er omheen zat eraf..balen! Gelukkig miste ik uiteindelijk toch alleen mijn hoofdlamp...

Met April, een amerikaanse vrouw, samen een taxi gepakt richting 'el centro'. Zij sprak gelukkig vloeiend spaans, want als Oscar en ik dat hadden moeten vertellen in het spaans..valt best wel tegen toch. Naar het goedkoopste hostel gereden waar onze vriendelijke taxichauffeur (volgens Oscar een vader van drie lieve kids) zelfs meeliep om te kijken of er plek was. Op een superschuin steegje stond ergens 'Alojamiento Carretero' boven een schuurdeur. De deur stond op een kier, en na wat geklop kwam er een tandloos klein oud mannetje met een grote boliviaanse muts op naar buiten. Hij brabbelde wat en gelukkig kwam er een behulpzame reiziger voorbij die vertaalde. Een kamer voor twee personen met badkamer kostte 40 'bolivianos', wat ongeveer 15 gulden is. Best oke en superdeluxe toch! De hoogte (3700 meter) zorgde met name bij Oscar voor een slapeloze nacht en wat hoofdpijn in de morgen. Terwijl ik dit typ, zitten we in een internetruimte waar we ineens in een les zijn beland!? (Oscar: een cursus html-tags, ze zijn nu toe aan de img-tag :). Een leraar die rondloopt enzo..Oscar is weer aan het wachten op een connectie......

Het is hier nu woensdagmiddag ongeveer half één. De eerste indrukken van straten vol kei schattige boliviaanse straatkindjes, vrouwtjes met bolhoedjes, arm en rijk, krottewijken, wilde honden, hebben we al in ons opgeslokt.

In elk geval ben ik enorm blij weg te zijn uit de VS. Oscar was het reizen de laatste dag ook enorm beu, vooral nadat we door een paar vage Ecuadorianen, 'visitanten' en 'the police' volgens henzelf, werden ondervraagd in de rij voor het inchecken in Quito. Het was echt heel onduidelijk of het nu dieven waren of politie, zonder kostuum enzo. Gelukkig bleef ik (Hanke) natuurlijk heel koel!

Nou, dit waren effe de eerste indrukken. Asta la vista y muchos besos, Hanko y Oscario.


Index

La Paz (Hanke) (19-09-2001)

Woensdag 19 september

Nog een klein stukje over de stad La Paz.

La Paz ligt in een kom omringd door besneeuwde bergtoppen. In het midden van de kom wonen de rijksten en staan de hogere gebouwen, en hoe hoger je komt, hoe armoediger het wordt. Met bedelen valt het heel erg mee. Wel zie je veel mannen en vrouwen zonder handen of benen, het lijkt wel een soort van lepra, die bedelend op straat zitten. En op de weg van ons hostel naar het centrum komen we elke dag een moeder met drie hele kleine kindjes tegen, bedelend. Het straatbeeld varieert erg van rijk tot arm: van de duurste winkelcentra tot kraampjes van één meter breed waar vrouwtjes die bolhoedjes dragen slechts drie verschillende snoepjes verkopen, van schoenenpoetsertjes in legerkleding tot politieagenten op elke hoek van de straat (soms vragen ze je paspoort, daar word ik dan toch wel wat zenuwachtig van).

Om boodschappen te doen moeten we naar de zogenoemde voedselmarktjes, waar soms zelfs kinderen van vier uien en appels staan te verkopen. Hoeveel alles kost? We vinden het nogal goedkoop al worden we wel waarschijnlijk continue genaaid, want als we wel eens afdingen en het lukt, zijn ze nog steeds blij. Ik (Hanke) heb inmiddels al een tweede horloge gekocht in La Paz voor acht bolivianos, wat zo'n drie piek is.

Het spaans gaat nog voor geen meter, al denken al die marktvrouwtjes wel dat ik zuidamerikaanse ben..ze beginnen als een gek in het spaans tegen me aan te praten! Oscar krijgt continue complimentjes over zijn in Nederland gekochte boliviaanse broek! hihi.

Zo, dat was een klein stukje van Hanke´s beeld van La Paz.


Index

Op klaarlichte dag... (Oscar) (19-09-2001)

Tsja, nu de familie telefonisch is ingelicht toch maar een verhaaltje over onze beroving in La Paz.

Na onze eerste nacht in La Paz gingen we de volgende dag een wandelingetje maken. We liepen flink omhoog. Enerzijds om mooie uitzichten over de stad te hebben maar ook om alvast wat te ´oefenen´ voor de treks die nog zouden komen (en dat dat geholpen heeft...:). Na echt aan de rand van de ´kom´ waarin La Paz ligt te zijn aangekomen en ons te hebben vergaapt aan het uitzicht werd het weer tijd terug naar beneden te lopen. Halverwege was er een soort park (zeer open, alleen wat bomen) wat een geschikte ´shortcut´ leek. Net toen we weer bijna op een weg uitkwamen, kwamen er twee mannen uit het niets met pistolen die ons gebaarden mee te komen. Iets verderop moesten we gaan zitten en werd al ons geld en mijn camera afgenomen. In mijn creditcard en onze paspoorten waren ze niet geinteresseerd. Eén overvaller zei nog geruststellend "tranquillo, only money...". Na ongeveer 350 gulden cash te hebben afgestaan konden we onze terugtocht vervolgen.

Het is verbazingwekkend hoe kalm je op het moment van de beroving zelf bent. Pas later, ´s avonds, realiseerden we ons echt wat er was gebeurd en toen kwam ook de schrik. Ik (Oscar) ben weer spontaan begonnen met roken wat ik nog steeds goed volhoud. Ook zijn we (nog) voorzichtiger geworden en organiseren we ons meestal met andere reizigers, wat eigenlijk wel net zo gezellig is.


Index

Huayna Potosi (Hanke) (22-09-2001)

Zondag 23 september, La Paz.

Met een gloeiend verbrande kop van de zon zit ik nu te typen in een kamer vol boliviaanse jongetjes die computerspelletjes aan het doen zijn. Oscar en ik zijn net terug van ons avontuur naar de Huayna Potosi.

Uitgeblust begin ik het verhaal...
Zaterdagochtend 22 september moesten we om vier uur in de morgen opstaan. Te vroeg om nog goed te kunnen slapen, zeker als dit je eerste echte beklimming van een berg van 6088 meter is...Om vijf uur stonden we in de donkerte samen met onze boliviaanse gids Alfredo en een amerikaans meisje, Tai, onze backpacks in de taxi te gooien. Best een beetje zenuwachtig reden we door de steile straten van La Paz, tot we op een marktplein uitkwamen. Hier moesten we van de taxi de bus in. Overal lagen mensen te slapen, oude vrouwtjes die leeg om zich heen keken, niet wetend waar te gaan met hun zware bepakkingen, gewikkeld in kleurrijke doeken, op hun rug. We stapten in de bus, het gangpad in over bierkratten, dozen, grote zakken. Nadat zo´n dik uur dezelfde mensen in en uit en weer in de bus stapten, vertrokken we. Wat me het meeste bijstaat van de bus is de geur..een allesdoordrengende boerse vleesachtige stank. En wat het nog erger maakte is dat een moeder de luier van haar kind ging verwisselen in de bus, net achter Oscar: broek uit hoppa, en nog meer stank in de bus!

Met onze gammele bus reden we door de achterbuurtwijken van La Paz, El Alto, over een wel erg grof grindpad. Onafgebouwde huizen, onafgemaakte straten, alleen overal omheiningen van grove stenen op elkaar gestapeld. Varkens rondlopend en af en toe een verdwaalde Boliviaan op de vroege ochtend. Langzaam rees de zon op boven La Paz, dat nu in een vallei te zien is, aangezien we hoger en hoger de bergen oprijden. Als we eindelijk de stad uit zijn blijft er niet veel meer over van het landschap dan droge graspollen, heuvels, schapen, lama´s en in de verte een schitterende besneeuwde bergtop, spits en fier staand aan de horizon: de Huayna Potosi!! Dan eindelijk bereiken we een klein huisje aan de voet van de berg. We zijn er. Een oud vrouwtje met veel te veel sjaaltjes om doet open. We krijgen warme thee en een gebakken ei om aan te sterken. We zijn nu op 4800 meter!! Hoger dan ik en Oscar ooit geweest zijn! (Was ook wel te merken toen we zo´n 20 meter van de bus naar het huis moesten lopen: we waren beide kapot!) Inmiddels was er nog een boliviaanse kok bijgekomen die ons zou vergezellen op de trek.

Rond negen uur vertrokken we vol goeie moed, met onze stijgijzers, ijsschoenen, ijspick, hoofdlamp, touw, de berg op. Over zwarte grote stenen bereikten we al gauw een schitterend blauw gletsjermeer. We klommen omhoog, verder over rode stenen en sneeuw tot plots langs ons een gletsjer opdoemde! Grote scheuren, omgevallen pijlers en diepblauwe kleuren, fantastisch om van zo dichtbij te zien. We volgden het padje, over kleine riviertjes en rotsen hupsend, de hoogte in. Hoe hoger we kwamen, hoe onherbergzamer het gebied werd. Geen leven meer te zien, alleen diepzwarte rotsen en sneeuwpieken. Lopend over een rotsgraat met aan beide kanten de diepte struinden we voort. Al snel kwamen we in de diepe sneeuw terecht, waar poedersneeuw waaide en bewolking plots kwam opzetten! We zagen nauwelijks meer iets voor ogen. Gelukkig was daar al ons 'Base Camp' op 5200 meter: een klein sneeuwveldje tussen gigantische witte en zwarte pieken in: onherbergzamer kan niet, dat woord moet hier gewoon uitgevonden zijn! Oscar kon nauwelijks nog een woord uitbrengen, zo moe was hij. Nog effe de tent opzetten en dan mochten we de rest van de dag rusten (het is dan zo´n twaalf uur 's middags). Het sneeuwveldje was veel te klein voor Oscars tent, dus dat werd behoorlijk behelpen. Eindelijk stond hij, de wind fladderend in het doek, maar we moesten het er mee doen. Liggend in de tent werden Oscar en ik beide in sneltempo misselijk en kregen een verschrikkelijke hoofdpijn. De eetlust ging er ook af en na een paar uur lagen we om de beurt in een plastic bordje te kotsen. Hoogteziekte dus. Na nog uren niet te kunnen slapen kwam het punt om half drie in de nacht dat we de berg op zouden gaan. Helaas niet voor ons. Ik voelde me hardstikke zwak en nog steeds ziek; Oscar voelde zich wel wat beter maar ook niet echt fit. Onze gids gaf het advies aan ons niet te gaan omdat dat wel eens erg gevaarlijk kon zijn als het omhoog nog erger zou worden. Ik zag het zowiezo niet zitten te lopen en Oscar leek het ook niet slim te gaan. En dus bleven we achter..snik, snik...

De volgende ochtend rond een uur of negen kwamen Alfredo en Tai terug van de top. Om half zeven uur stonden ze op 6088 meter in de zon en hadden uitzicht over het Titicacameer, La Paz en de regenwouden van Bolivia. Met een tikkeltje afgunst luisterden we hun verhalen aan. Maar wel heel gaaf dat het hen wel gelukt was, in slechts vier uur zelfs. Omdat het nog meer gesneeuwd had en het een nogal steil pad naar beneden was, moesten we de afdaling terug van het Base Camp op ijsschoenen en stijgijzers doen en met een touw van persoon naar persoon. Dat was maar goed ook, want Oscar gleed nog een keer van het pad af. Blij en een beetje teleurgesteld bereikten we het huisje op 4800 meter, waar onze jeep al klaar stond! En ik moet zeggen, ik ben blij, wat zeg ik ONTZETTEND blij, dat ik weer op 3700 meter zit, ik kan weer ademen en heb voor het eerst in 2 dagen geen hoofdpijn meer. Afzien kan leuk zijn, maar dit was voor Oscar en mij een behoorlijk barre tocht!!


Index

La Paz continued (Oscar) (25-09-2001)

Dinsdag 25 september

Bijgekomen van een wel erg gezellig avondje in ons hostel met aardig wat cervezas, hebben we vandaag inkopen gedaan voor de trek van de komende week. Veel pinda´s, melkpoeder, rozijnen, muesli, (chocolade)repen, pasta, soepjes....
Heel wat straatjes afgestruind, ongelooflijk wat je dan allemaal tegenkomt. Het meest opvallende (rare) was een heel groot gebied met alleen maar marktkraampjes. De steegjes tussen de kraampjes waren nog geen meter breed. Bij elkaar een compleet doolhof. Elke steeg had zijn eigen producten, zoals:

  • de gymschoenensteeg
  • de spijkerbroekensteeg
  • de fruitsteeg
  • de tasjessteeg
  • de truiensteeg
  • ...

Vroeg naar bed en dan morgen de hele dag in de bus richting Pelechuco.


Index

De alternatieve Pelechuco-Charazani trek (Hanke) (26-09-2001)

Woensdag 26 september

Om zeven uur in de vroege ochtend vertrekt onze bus naar Pelechuco, elf uur rijden. Samen met Thomas (een zwitser) en Alex (een engelsman) vertrekken we vanuit het hostel met de taxi. Gelukkig dat Thomas zo goed spaans spreekt en we dus een keer niet worden genaaid, maar na wat discussie de gewone prijs betalen voor de taxirit naar onze bus. We hebben plaatsen achterin de bus, wat betekent dat we een bumpy ritje tegemoet gaan. Als wij al in de bus zitten zijn Alex en Thomas nog wat ontbijt aan het kopen. Tot ineens de bus gaat rijden. Oscar roepen "Senor, dos altro", waarop de hele bus in lachen uitbarst..waarschijnlijk om zijn beroerde spaans alsook om het feit dat bussen altijd een half uur voor vertrek net doen of ze aanrijden. Natuurlijk zijn ze nog op tijd en vertrekken we al hortend en stotend over het zandpad naar het noorden van Bolivia. Onderweg blijven Oscar en ik ons verbazen over de onafgebouwde huizen, de zooi en de varkens op straat. Na enige tijd bereiken we een zeer uitgestrekt oneindig maanlandschap...heuvels vol stof en zand, met af en toe een steen, een lama of een vicuna (zeldzame lama), en altijd aan de horizon de besneeuwde bergtoppen van de Andes. Het doet je wegdromen over het Wilde Westen. En eindelijk duiken we de bergketen in en passeren massieve gletsjers van heel dichtbij, terwijl ons zandpad hoger en hoger de Andes inrijdt. Kleine bergdorpjes passeren we tot we eindelijk Pelechuco bereiken: ons eindpunt. In het enige hostel vinden we een slaapplaats en krijgen we een avondmaal. Deze valt bij mij (Hanke) niet erg in de smaak en met maagkrampen en een beetje misselijk duik ik vroeg mijn bedje in. We besluiten niet meteen de volgende dag al te gaan lopen, maar eerst dit schitterende bergdorpje te ontdekken.

Donderdag 27 september

Tja, en vandaag viert de diarree echt hoogtij. Ik voel me niet slecht, alleen wat slapjes en ren geregeld naar het toilet. Toiletpapier is vandaag mijn grootste vriend, ik draag het overal bij me. Na het ontbijt met soep (?!) gaan we het dorp in met zijn vieren, op zoek naar de nog overgebleven resten van het Incatijdperk, zoals ons is verteld. Het riviertje volgend, komen we al snel op wat terrassen waar een boertje op blote voeten zijn akker aan het afbranden is ... waarschijnlijk klaar aan het maken voor een nieuw regenseizoen. Hij wijst ons de weg omhoog. En daar zien we de Incagraven: drie rechtopstaande platte stenen in een vierkant geplaatst met één kant als opening, en daar bovenop een platte steen. Het heeft iets weg van een hunnebed. In de platte stenen zitten allemaal ronde gaten. Echt bijzonder is het niet. Alleen een raar idee, dat hier Incas begraven zijn. We struinen weer terug naar het dorpje en onderweg wordt onze aandacht getrokken door wat spelende kinderen met tollen. Ze draaien een touw om een tol, trekken aan het touw, en de tol vliegt zo de lucht in, waarop ze de tol weer op hun hand opvangen. Heel kunstig!! Oscar moet het natuurlijk ook proberen en bakt er niks van. Toch koopt hij later een tol, en beheerst hij inmiddels het kunstje ook. Ik ga vroeg slapen, als Oscar, Alex en Thomas nog wat door het dorpje kuieren en een kudde biggetjes vinden bij een groot moedervarken...Schattig!

Vrijdag 28 september

Ik spring uit mijn bed, voel me fit en heb zin in de trek: gaan dus. Een trek van vijf dagen door het hooggebergte van de Andes en over vijf passen van 5000 meter; geen simpele trektocht. Na een stevig ontbijt vertrekken we. We klimmen 1500 meter, over een paadje, door ´misty mountains´, want langzaam vullen de wolken de dalen. Over losse stenen kruip ik voetje voor voetje de helling op, op naar de 5000 meter. Aangezien de lucht hier veel dunner is, moet ik veel vaker stoppen om op adem te komen. Dan eindelijk bereiken we de top! Tijd om bij te komen, chocola te eten, water te drinken en met een voldaan gevoel te genieten! Ondanks dat ik zeer vermoeid ben, blijf ik lachen..Wanneer maak je in hemelsnaam zoiets mee, en zit je zo in de ´middle of nowhere´, tussen de meest prachtige bergen? We dalen af over een zeer steil pad, en bereiken nu een landschap vol graspollen en omlaaggevallen stenen, een riviertje stromend door het dal, lama´s en alpaca´s overal en in de verte besneeuwde bergpieken en gletsjers. Na zo´n zeven uur lopen, bereiken we een mooi plekje om de tent op te zetten. Uitgeput slaan we aan het koken..macaroni met soep. Na tien pindarepen is dit een zeer aangename afwisseling. Oscar heeft zeer lekkere wijn meegezeuld uit Pelechuco, en die moet vanavond op. Hij wil niet nog eens 2 liter extra dragen. Voldaan drinken we van de wijn en worden rozig, praten over verschillen tussen Nederland, Zwitserland en Engeland en over Amerikanen. Zoals Alex zo mooi zei: Je hebt Ieren, Schotten, Spanjaarden, Portugezen, allemaal aardige lui. Je gooit het allemaal bij elkaar en het verandert in iets verschrikkelijks: Amerikanen.
Truste!

< H3>Zaterdag 29 september

Dit is duidelijk één van de mindere dagen van onze vakantie: ik word wakker met een enorm brak beroerd gevoel, ren als een gek uit mijn bed om naar de wc te gaan. De diarree is terug, mijn spieren willen niet meer en ik wil het liefst naar huis! Alex en Thomas besluiten verder te gaan, aangezien het er niet naar uitziet dat ik morgen beter ben. Thomas praat nog met wat locals en als het goed is hebben we geluk: er schijnt een weg te lopen van Ilo Ilo (dorpje vlakbij) naar Charazani. En aangezien er een 'meeting' is voor 'parkrangers', horen we dat er zeker drie auto´s vandaag omhoog gaan en morgenavond langskomen, waar we wellicht een lift van zouden kunnen krijgen!!! Joe hoe! Dat betekent dat ik waarschijnlijk niet op een ezeltje over bergpassen gezeuld hoef te worden! Oscar zorgde goed voor me en liep tot twee keer toe naar Ilo Ilo, om daar alvast afspraken te maken voor een mogelijke lift. Helaas, geen succes. Het enige geluk is dat we op een schitterende plek gesetteld zijn, midden tussen gletsjers en bergpieken, op zo´n 4000 meter hoogte.

Zondag 30 september

Ik voel me een stuk beter, en na een duik in een ijskoud gletsjerriviertje ben ik echt klaarwakker. Ik ontbijt met havermoutpap; Oscar krijgt dit niet weg en neemt dus maar weer een pindareep. We besluiten al vroeg de tent in te pakken en richting Ilo Ilo te lopen om daar langs de weg te wachten op een mogelijke lift. Het wachten gaat uiteindelijk tien uur duren (zonder dat één auto ons passeert!): een recordtijd voor ons beide wat betreft wachten op een lift. In de tussentijd spelen we spelletjes, zetten de buitentent op langs de weg omdat het regent, ruilen pindarepen tegen warme aardappels met de plaatselijke bevolking, kijken met Oscars verrekijker naar de weg op zoek naar enig teken van een auto en vallen uiteindelijk half in slaap... Tot plots een luid 'TUUT TUUUUT' ons wekt en we als gekken uit de tent sprinten..een jeep vol parkrangers, en ja, we kunnen mee tot de afslag naar Charazani. JIPPIE!!! Achterin de jeep rijden we in de nacht door de Andes. De maan verlicht de besneeuwde bergpassen als we over een pas van zo´n 5000 meter rijden. Af en toe staan er op het zandpad troepen lama´s die niet aan de kant willen. Op de meest onherbergzame plekken staan nog kleine hutjes met strooien daken, waarbij wij ons elke keer afvragen of daar nou werkelijk mensen wonen. Het is een spannende tocht van vier uur. Om twee uur 's nachts worden we in een dorpje op de top van een berg afgezet: Amarca: het meest stoffige dorpje waar ik ooit ben geweest. In de loeiende sterke wind proberen Oscar en ik de buitentent op te zetten. Dit lukt uiteindelijk redelijk, maar we kunnen niet voorkomen dat onder het tentdoek door nog stof opwaait en onze luchtwegen vertroebelt. Happend in het stof vallen we enigszins in slaap. Om vijf uur 's ochtends zou vanuit La Paz een bus door dit dorpje moeten komen in de richting van Charazani, waar we Alex en Thomas weer zouden ontmoeten. Nadat Oscar verschillende keren voor niets naar buiten is gestormd als er een vrachtwagen langskwam, geven we de moed op...

Maandag 1 oktober

Na nauwelijks geslapen te hebben staan we rond zeven uur toch maar op, om verlost te worden van het stofbed. Een man op het dorpsplein weet ons te vertellen dat er om één uur 's middags een bus langskomt. Dat is in elk geval iets. De man probeert ons nog wat zelfgeweven lamadoeken te verkopen, die zo gruwelijk lelijk zijn en ontieglijk duur, dat het wel grappig is. Voor de rest vertoont het dorpje Amarca nauwelijks enig leven, op wat blaffende honden en weglopende kinderen na dan. De huisjes bestaan voor de helft uit bouwval en de rest uit zandstenen op elkaar gestapeld in een vierkant van twee bij twee meter, met een houten deur van 1,5 meter hoog erin. De daken zijn van stro, en in het hele dorp is geen enkele plant of boom of gras te zien. Alles ligt onder een dikke laag stof, en de wind doet nog steeds hard zijn best dit zo te houden. Om de tijd wat te versnellen besluiten we weer een spelletje te doen: kolonisten. Even je gedachten verzetten. We breken de tent af en gaan voor de verandering achter een huisje uit de wind zitten, met uitzicht over een enorm dal, vol meren met lama´s, herders, bergen, zo ver als je kan kijken. De zon schijnt volop en voor het eerst krijg ik een echt vakantiegevoel, ondanks onze brakke situatie. Voor het eerst voelen we ons echt een beetje thuis in dit vreemde land vol tegenstrijdigheden; we hebben onze vuurdoop gehad. Al zonnebadend en kletsend horen we ¨Tuut TuuuT¨, en daar is onze bus! Langs schitterende heuvels vol terrassen zo hoog als je kan kijken, rijden we Charazani binnen! Hongerig, vies en slaperig checken we in bij het hostel van dona Sonja. We douchen ons (wat nog nooit zo lekker is geweest!) en doen een heerlijk middagdutje, gevolgd door een lekkere maaltijd van dona Sonja. Hoe heerlijk kunnen al deze simpele dingen zijn!

Dinsdag 2 oktober

Charazani staat bekend om zijn hotsprings en aangezien één ervan op tien minuten afstand is, besluiten we daar de morgen door te brengen. In de zon zitten we in een zwembadachtige hotspring, met wat Bolivianen erbij. Heerlijk is het. Als we weer terug in het hostel een dutje aan het doen zijn, horen we opeens wat kabaal beneden en geroep. En daar staan in de deuropening Alex en Thomas, terug van hun trektocht!!!! En fit dat ze er nog uitzien. Leuk om al hun verhalen te horen over zware bergpassen en steile afdalingen, beroerde maaltijden en mooie uitzichten. Voor de tweede keer duik ik met hen de hotsprings in.. Na het avondeten spelen we blufpoker en vieren we onze samenkomst. Voor Oscar zal deze avond alleen niet zo prettig eindigen, na vlees gegeten te hebben...Plots rent hij weg en kotst de hele wc onder. Later als we in bed liggen word ik gewekt door opnieuw een hevig gespuug, door de hele kamer heen! Daarna voelde Oscar zich weer beter, gelukkig. Ik geloof niet dat ik ooit eerder iemand zo gewelddadig heb zien kotsen!

Woensdag 3 oktober

Al vroeg vertrekken Alex. Ik en Oscar naar een natuurlijke hotspring, twee uur lopen van Charazani. Thomas is al weg, omdat hij nou eenmaal veel te vroeg wakker is. Wandelend langs de rivier komen we bij een plek waar een stuk of tien bolivianen bezig zijn een paal van 15 meter lang op te hijsen voor het maken van een aquaduct. Met drie touwen aan het boveneind van de paal proberen ze deze op te trekken, maar zonder resultaat. Oscar en Alex besluiten de handen uit de mouwen te steken en ze een handje te helpen. Al snel staat de paal en gooien een paar bolivianen aan de voet stenen en greffel in het gat om de paal vast te zetten. Dan kunnen onze helden gaan. Na inderdaad twee uur lopen, bereiken we een plek waar een waterval de weg natmaakt met heet water, en vinden we Thomas zittend in een badje onder een hete waterval. Uitkijkend op bergen vol gras en paadjes voor de lama´s en schapen, geniet ik van het hete water van de hotspring. Af en toe neem ik een koude duik in de rivier om dan weer in de zon en het hete water op te warmen. Zo´n vier uur spenderen we daar, tot Oscar zich echt gaat vervelen. Dan lopen we de berg op, terug naar het mooie rijke dorpje Charazani. Voldaan en verrimpeld door het lange baden vallen we in slaap.


Index

Middeleeuws Amarete (Oscar) (04-10-2001)

Donderdag 4 oktober

Zoals ons bij onze wandeling terug van de hotsprings bij Charazani door ´parkrangers´ was verteld zou er op vrijdagochtend vanuit Amarete een bus gaan naar La Paz. Na een weer eens zeer flinke wandeling (ca. 1500 meter omhoog, super Oscar (ahum..) had ook een stukje Hanke´s rugzak lopen tillen :), kwamen we donderdag vier oktober laat in de middag aan in Amarete. Onze metgezellen Alex en Thomas waren toen al een uur gearriveerd. We kregen gelijk te horen dat de bus de volgende dag niet naar La Paz zou gaan. Dit omdat er maar één bus is en deze nodig was om naar het jaarlijkse voetbaltoernooi in Curva te gaan. Maar geen nood, de vriendelijke buschauffeur nodigde ons uit om mee te gaan naar dit twee-daagse toernooi en dan zou de bus op zondag naar La Paz rijden.

Amarete zelf lijkt zich in de middeleeuwen te bevinden: nauwe stoffige straatjes, stoffige grijze huisjes, ezels en varkens alom vertegenwoordigd... Er waren veel kinderen op de been. Eerst reageerden ze nogal schuchter, totaal niet bekend met blanke toeristen, maar na een tijdje stond er al een hele tros nieuwsgierig om ons heen. Vooral mijn verrekijker baarde nogal opzien, met volle verbazing ging deze gretig van hand tot hand. Ondertussen was het Thomas gelukt om eten en slapen te regelen.

Na wat te hebben rondgeslenterd en wat foto´s te hebben gemaakt kwam er op een gegeven moment iemand naar ons toe die vertelde dat het ´dorpshoofd´ ons wilde ontmoeten. We vertrouwden het niet echt om mee te gaan, maar wat moet je? Niet meegaan zou misschien beledigend zijn...Via wat nauwe straatjes kwamen we in het zgn. ´hoofdkwartier´ van dit ´dorpshoofd´. Een kale ruimte van drie bij zes meter, een bureautje met twee kaarsen en stapels papier, slingers aan het stoffen plafond. Achter het bureau zat de man zelf, vergezeld in het kamertje met drie andere mannen. Thomas deed voor ons het woord aangezien hij goed Spaans kan, erg handig in zulke (en nog vele andere) situaties. Na wat prietpraat werden onze namen, paspoortnummers en land van herkomst genoteerd. Een niet ongebruikelijke situatie in afgelegen gebieden. Als reden werd iets gerept over ´security´, het dorpshoofd bleek volgens zichzelf ook hoofd van de politie te zijn. Na nog wat geklets (o.a. over de situatie m.b.t. het terrorisme, waarover ze maar wat graag wilden laten blijken toch wel enigszins op de hoogte te zijn), wilden we wel eens een keer weg. Niet echt onverwacht werd ons gevraagd voor een ´vrijwillige bijdrage´ vanwege de registratie. Tenslotte was er papier gebruikt (achterkant van een voddig iets) en kaarsen (die niet aan waren geweest!). Dit ging Thomas (en ons, maar ons spaans is zo beroerd) wat te ver (''als het toch vrijwillig is geven we liever niets'') en een enigszins verhitte discussie volgde. Om uiteindelijk van het gezeur af te zijn en omdat we echt weg wilden doneerden we 2,5 Bolviano (nog geen gulden). Waarschijnlijk niet naar hun tevredenheid maar ze lieten ons gaan. Weer onder de andere, normale, mensen kregen we te horen dat die lui een aparte corrupte club binnen het dorp was, die zelf niet eens wisten wat hun functie was....Het echte dorpshoofd wilde echter niet mee terug met Thomas om hen de les te lezen. Men baalt wel enorm van die lui, maar het gehele dorp is niet bij machte er iets aan te doen, heel vreemd.

Na nog wat inkopen zijn we ingetrokken bij een zeer gastvrij gezin. Wij werden eerst bediend met het eten en pas toen wij klaar waren ging het gezin zelf eten. We kregen een heerlijke goedgevulde soep met daarnaast een soort aardappels die op grote wormen leken en zoet smaakten (niet echt lekker). Hierna werd het tijd om te gaan slapen. Er waren in een ruimte boven waar we hadden gegeten twee bedden beschikbaar. Twee van ons konden op de grond slapen voor de halve prijs. De bedden waren echter zo ontzettend vies dat niemand van ons daarin wilde liggen en we dus alle vier op de grond sliepen. We zouden de volgende ochtend om vier uur 's nachts gewekt worden door de toeter van de bus.


Index

Voetbaltoernooi in Curva (Oscar) (05-10-2001)

Vrijdag 5 oktober

Na een doorwaakte nacht met onweer en een lekkend dak wekte de bus ons net iets eerder dan de wekker. Hanke rende als een gek uit haar bed en begon idem dito haar rugzak in te pakken. Na wat gekalmeer vanuit de nog slaperige rest drong het tot haar door dat ze niet een Nederlandse bus hoefde te halen maar dat deze bus niet zo één-twee-drie zou vertrekken. Om half vijf waren we ruim op tijd in de bus. Nog even wat broodjes gekocht en het tripje kon beginnen. Het vertrek ging natuurlijk gepaard met de gebruikelijke chaotische taferelen. Nadat de gehele voetbalploeg, de drumband, vrouwen, kinderen en wij waren ingestapt en de bus al een paar keer ´voor de schijn´ had opgetrokken (heel gebruikelijk om mensen de bus in te krijgen) reden we uiteindelijk het dorpje uit. Toen bleek er toch nog iemand te missen (iedereen weet het tenslotte pas een jaar voor het voetbaluitje...), die kon er nog wel bij en toen ook die binnen was waren we echt onderweg. Nog steeds in het donker vorderde de rit, zittend tussen stinkende en tandloze Bolivianen, over smalle 4WD bergweggetjes met diepe afgronden (circa 1000 meter) langzaam maar gestaag. Je moet niet echt last hebben van ´afgrondvrees´... Ergens onderweg gingen een paar man een stuk lopend afsnijden en werden een uur later weer opgepikt, dit zou geluk moeten brengen. Halverwege de reis kwamen we aan in het dorpje Charazani. Natuurlijk werd het nodige vuurwerk afgeschoten om deze tegenstander te imponeren. Uiteindelijk bereikten we met een gemiddelde snelheid van ongeveer tien km/uur het dorpje Curva waar het toernooi zou plaatsvinden.

Ons hostel bleek precies achter één goal van het enige aanwezige ´voetbalveld´ te liggen. Alex en Thomas hadden er vanwege het wel uitlopen van de ''Pelechuco - Charazani trek'' al eerder geslapen. Zij waren toen de allereerste gasten van dit gloednieuwe hostel. Jammer dat ze de ramen afdekten met zeil anders konden we vanuit ons bed naar de wedstrijden kijken. Terwijl Hanke, Alex en Thomas gingen slapen woonde ik de openingsceremonie bij, compleet met mooi Boliviaans volkslied wat gespeeld werd voor de negen teams in vol ornaat. Er werd zelfs gefilmd en iemand vertelde mij dat dit toernooi om het kampioenschap van de provincie Charazani ook op televisie zou worden uitgezonden. Elk team was gerechtigd om één ´niet-dorpeling´ op te stellen maar zeer tot mijn spijt had ik toch echt veel te veel last van mijn blaren/wonden aan mijn hiel opgelopen tijdens het wandelen naar Ilo Ilo. Amarete had alle voorgaande edities gewonnen maar begon het toernooi slecht met een 2-1 verlies. Verder de wedstrijden niet zo gevolgd, de Trekvogels (vierde klasse onderafdeling) zou zeker niet misstaan tussen de overwegend zwakke teams.

´s Avonds zaten wij lekker warm in ons hostel terwijl de veelal schaamteloos met hun neus tegen de ruiten geplakte Bolivianen zeurden om binnen te mogen. Zeker volgens Thomas konden we hier niet aan beginnen omdat wij slechts gasten waren en dus niet de verantwoordelijkheid hadden over het hostel. De eigenaar was echter nergens te bekennen. Uiteindelijk loste dit ´probleem´ zich vanzelf op doordat de bussen en vrachtwagens de mensen meenamen naar onderkomens bij vrienden en bekenden.

Zaterdag 6 oktober

De dag van de waarheid voor Amarete. Vandaag zou het toernooi beslist worden. Na genoten te hebben van een goede lunch besloten we het dorpje Curva wat te verkennen. Curva ligt op de rand van een prachtige vallei met rondom besneeuwde bergtoppen maar helaas was het te bewolkt om van de mooie uitzichten te genieten. Toen we ´s middags terugkeerden hoorden we dat Amarete wederom gewonnen had. De eerste prijs bleek een stier (!) te zijn. Wat toen volgde was wel erg melig. Staand in een kring van zo´n 30 man, met de stier aan een touwtje ernaast, werd zo´n 20 minuten lang zeer serieus gedicussieerd hoe de stier in Amarete te krijgen. Men overwoog drie opties:

  • de stier in (!) de bus...
  • de stier op (!) de bus...
  • de stier lopend naar Amarete brengen.
Na veel serieus (!) gewik en geweeg werd uiteindlijk besloten de stier lopend naar Amarete te brengen...

Toen de bus na twee uur weer in Charazani was, kwamen de drie man met de stier niet veel later. Ongelooflijk dat ze met de stier en lopend net zo snel waren als de bus (een gemiddelde backpacker doet vier uur (!) over die afstand). In Charazani, het dorp van één van de concurrenten, werd midden op het plein flink feest gevierd. Dit alles compleet met fanfareband, dansen in de straat, bier, door ons geschonken rum en andere sterke drank wat meer leek op terpentine. Hanke ontkwam natuurlijk niet aan een dansje en na een wat aarzelend begin had ze op een gegeven moment de smaak flink te pakken. Toen het allang weer donker was werd de reis hervat richting Amarete. Ruim voor aankomst werd er door de buschauffeur luid getoeterd, maar het ´welkomstcomitee´ viel wat tegen. Kennelijk zat bijna het hele dorp in de bus. Wel begon de band bij aankomst weer fanatiek te spelen maar dit stierf na een half uur een langzame dood. We hadden nog een optie om bij mensen thuis verder te drinken en feest te vieren maar we hadden naar onze smaak al genoeg meegefeest en wilden wel gaan slapen. Onze hosteleigenaar was echter nergens te bekennen. De volgende dag zei hij dat hij ons wel bij zijn eigen huis (niet het huis waar we eerder sliepen) had verwacht maar hij had ons echter nooit verteld waar dat was.... De aardige buschauffeur bood ons de bus als onderdak aan. Zelf sliep hij daar ook in, net als zijn bijrijder. Op die manier konden we in elk geval de bus niet missen voor het vertrek om half vijf de volgende ochtend richting Sorata!


Index

Relaxen in Sorata (Oscar) (07-10-2001)

Zondag 7 oktober

In Amarete was het na het voetbaltoernooi weer wel mogelijk om de bus naar La Paz te nemen. Halverwege moesten we overstappen voor een bus naar Sorata. Dit is een bergdorpje wat op 2500 meter hoogte in een prachtige vallei ligt, omgeven door de inmiddels vertrouwde ´snowcapped´ bergtoppen. Als je hier mooie treks wilt lopen zul je eerst uit de vallei moeten komen maar ook daarna zijn de mooiere treks meerdaags. Aangezien we wel toe waren aan wat rust hebben we drie dagen in en rond Sorata gehangen zonder ons al te veel in te spannen.

Er was een heel goed restaurant waar we telkens prima hebben ontbeten en waar we ook ´s avonds te vinden waren. De (engelse) eigenaar vertelde ons over twee Nederlanders die in La Paz met pistolen overvallen waren....Maar gezegd dat wij die twee Nederlanders waren :). Zo zie je, zulk soort nieuws gaat snel. In ons hostel hadden ze een videoruimte met heel veel goede titels, daar waren we dus ook veel te vinden, onderuitgezakt op de bank.

Qua fysieke inspanning zijn we zowaar nog 600 meter omhoog gelopen met mooie uitzichten over de vallei en de omringende bergen.

In een naburig dorpje was ook nog een ´feest met stieren´ maar we voelden ons niet zo geroepen om daarheen te gaan. Later hoorden we dat vier mensen waren omgekomen toen hun truck op de weg terug van Sorata van de weg was geraakt. Volgens verhalen was de bestuurder een dronken priester waarvan ze het lichaam niet hebben gevonden en waarvan na het ongeluk niets meer werd vernomen. Ook hoorden we nog van een Boliviaan die dood (omgebracht door messteken) was gevonden in een greppel... dit was overigens niet die priester.


Index

De La Cumbre to Coroico trek (Hanke) (13-10-2001)

Zaterdag 13 oktober, La Paz

Samen met Alex (engelsman) en Sabrina (argentijnse) staan we op het punt te vertrekken naar La Cumbre, net boven La Paz. Het zit niet mee, want in het hostel begrijpen ze niet dat we een heel ontbijt willen, in plaats van alleen een koffie, terwijl mijn spaans toch echt beter wordt! Rond een uur of elf zitten we dan eindelijk in de vrachtwagen, naast wat kippen, puppies, vage gekleurde zakken met wie weet wat erin en Bolivianen. Normaal gesproken zijn deze vrachtwagenritjes erg hobbelig, maar aangezien we op van varkenshuid gevlochten bananenzakken zitten, veert het goed. Dit is echt de meest goedkope manier van reizen en erg leuk. Je hebt goed uitzicht op de omgeving, het neemt alleen veel meer tijd in beslag. Onderweg stoppen we op een drukke handelsplek waar we worden belaagd door verkoopsters met borden eten (rijst, aardappel en ei, zoals altijd) en maiskolven, waar we er een paar van kopen.

Rond een uur of één bereiken we de top, met een jezuskruis erop: dit is het begin van onze trek. Tevens stoppen vrachtwagenchauffeurs hier om bloemen neer te leggen en een kruisje te maken voor ´good luck´, voor ze de ´most dangerous road in the world´ naar Coroico opgaan.... Vol goeie moed beginnen we op 4750 meter hoogte, wat duidelijk te merken is aan ons langzame tempo. De ijle lucht doet weer zijn werk. We volgen de vage uitleg van de trek in de Lonely Planet. Op een gegeven moment echter zijn we het pad een beetje bijster. Gelukkig ontmoeten we een paar Bolivianen die ons de richting wijzen. Al hijgend volgen we de vele voetstappen in de sneeuw en blijven we maar de berg op lopen. Oscar blijft roepen dat dit echt niet kan, omdat we volgens de omschrijving slechts 150 meter moesten klimmen en we lopen nu al uren omhoog door mist en sneeuw, wat het ook niet makkelijker maakt. Eindelijk lijken we de top van de berg te bereiken, maar tot onze verbazing stoppen de voetstappen in de sneeuw, en zien we daarnaast een soort glijbaan .... minder!!!! Waarschijnlijk zijn hier mensen alleen omhoog gelopen om wat te spelen! Ongelooflijk balen dus! We volgen de voetstappen terug, maar vinden geen zijpad of aanwijzingen voor een andere richting. Na ruim vier uur lopen zijn we kapot..langzaam wordt het donker en we zien nog geen vijf meter voor ogen. Dan ontdekken we een klein meertje en besluiten hierbij de tent op te zetten. Oscar heeft inmiddels een fikse diarree en het is vriezenskoud. Gelukkig wordt het met een kaarsje in de tent toch nog wat aangenaam! Vermoeid gaan we slapen.

Zondag 14 oktober

We worden wakker van een stralende zon om half zeven en ontdekken al gauw dat we op een prachtige plek gestrand zijn, omgeven door wilde kale bergen, en laaghangende wolken. Plots zien we het Jezusbeeld op nog geen 100 meter afstand van ons!!! Gister dus een hele dag voor niks gelopen. Maar gelukkig zijn we tenminste niet verdwaald! Oscar voelt zich alweer wat beter, en ruimt vol enthousiasme zijn tent op..iets te enthousiast, want plots trapt hij met zijn voet in het doek en zit er een scheur van twee meter in het buitententdoek...niet meer te repareren..Wat op zich wel erg balen is, aangezien we nog minstens drie nachten moeten kamperen..hopelijk zijn er nog andere manieren om te overnachten.

(Net terug van een sprintje naar de toilet, heb weer een agressieve vorm van diarree te pakken). Al snel vinden we het juiste pad en lopen zo´n 150 meter een berg op, om vervolgens te genieten van een schitterend uitzicht, nu het nog helder is. Straks komen de wolken vanuit de Yunga´s (groene lagergelegen bergen) naar het hooggebergte en ontneemt dan elk zicht. Via uit stenen gehakte treden dalen we af langs een oude Incapub, wilde paarden en bergriviertjes. In de lucht cirkelen roofvogels, terwijl wij ons voorhouden dat het kleine condors zijn. We steken het riviertje over via een verdacht bruggetje en bereiken een klein bergdorpje, Chucura, waar wat lui aan het voetballen zijn. Plots worden we aangehouden door een vent, die ons zegt dat we moeten betalen voor de bruggen die er op de trek zijn. Na een felle discussie tussen Sabrina en de Boliviaan besluiten we toch maar te betalen, omdat we anders het hele dorp tegen ons krijgen, en wie wil dat? Wel vaag dat ze dat niet van te voren vertellen... Rare Bolivianen... Inmiddels begint het nu te regenen, en lopend langs lama´s bereiken we langzaam de Yunga's en wordt alles groener. Het is fijn, na vier weken, weer bomen te zien en niet alleen een maanlandschap met rotsblokken. We pauzeren bij een waterval om wat te drinken en zien wat kolibri´s. Heel klein zijn ze, bijna net insecten!!! Dan bereiken we eindelijk, na zo´n zeven uur lopen, Challapampa: drie huisjes, wat paarden en honden, wat een dorpje moet voorstellen. We vragen naar onderdak en hebben geluk: we kunnen slapen in een hutje van natuursteen en met een golfplaten dakje. Binnen staat niet meer dan twee bedden (houten palen met daarop een paar houten planken bedekt met oude geweven doeken en bladeren van varens). Overal zie je lichtgaatjes tussen de op elkaar gestapelde stenen door. Geweldig dus! Voor twee gulden onderdak en nog eens twee piek om te eten. En ze hebben bier!!! Al snel worden we belaagd door een groep kinderen die maar al te graag met ons wil spelen en alles van ons wil weten. Terwijl Oscar ze de Lonely Planet laat zien, spelen anderen met de frisbee van Alex. Ik geef een paar kleintjes de kieteldood, waardoor ik de volgende uren geen rust meer heb maar continue kinderen op me springen. We nemen een douche in de ijsijskoude bergrivier, waarbij het hele dorp staat te kijken en duiken vervolgens ons geweldig primitieve slaapkamer in!

Maandag 15 oktober

Ik word vroeg gewekt door het licht en als ik naar buiten kijk, zie ik de overbuurvrouw, een oud vrouwtje, zware houten balken sjouwen op haar rug. Ik krijg bijna met haar te doen. Dan komt een jonge man met twee paarden, waarvan één rare sprongen maakt, en hij het probeert te temmen door het te blinddoeken. Om stipt zeven uur brengt de oude vrouw ons koffie op bed: wat een luxe! Het is een warme dag en we besluiten snel te gaan lopen, zodat we verderop nog eens een duik in de rivier kunnen nemen. Uiteindelijk zwemmen we een paar uur, en schiet het lopen niet zo op. Ook beginnen de eerste tekenen van musquito´s in zicht te komen. We doen het rustig aan die dag. Na een dorpje, Choro, lopen we nog even door tot we echt geen zin meer hebben en we een huisje tegenkomen. Hier blijkt het mogelijk te zijn te slapen onder een afdakje (nog primitiever) en we kunnen er ook eten. Perfect! Het huisje staat afgezonderd in het midden van de jungle, omringd door bananenbomen, ezels, honden en kippen die musquito´s eten.. Wederom krijgen we hier rijst, ei en aardappel als avondeten. Na wat tentdoeken voor ons afdakje te hebben gehangen en ons ingesmeerd te hebben met muggenmelk, duiken we onze slaapzak in!

Dinsdag 16 oktober

Lopend door wilde jungle komen we allerlei fruitbomen tegen en plukken we citroenen en wilde tomaten. Onderweg zien we een zwart-rood gekleurde slang van één meter lang, zwart-geel gestreepte duizendpoten en enorme rupsen en hele grote blauwe en gele vlinders. Ook grote spinnen, papagaaiachtige vogels, teken en natuurlijk musquito´s komen we tegen. Ook wordt het nu steeds warmer. Na zeven uur gelopen te hebben bereiken we Chairo, waar we blijven hangen bij de eerste de beste bakker, die net bezig is vers brood te bakken. We voelen ons zalig met een biertje in onze ene hand en een vers warm bolletje in de andere! We hebben het gehaald!! Alleen het enige probleem..om van hier naar Coroico te komen kost het 180 bolivanos, wat belachelijk veel is. Dat komt omdat er geen openbaar vervoer is, alleen een privéjeep. We besluiten hier te slapen en de volgende dag door te lopen in de richting van Coroico, als het goed is één dag meer. We gaan slapen in de meest lelijke kamer ooit, met alleen drie bedden, terwijl we met zijn vieren zijn. Nou ja. Dan slapen we nog liever onder zo'n primitief afdakje!

Woensdag 17 oktober

Na een heftige discussie waarom we voor vier bedden moeten betalen als er maar drie zijn (niet te snappen, die logica van de Bolivianen), lopen we richting Yolosa. Onderweg komen we avocadobomen tegen en plukken er een paar. Na 1,5 uur lopen bereiken we een klein dorpje met een enorm gezellig cafeetje. We besluiten er een biertje te drinken, en tot onze verbazing hebben ze ook frieten, waardoor we er drie uur blijven en ons vermaken met de 'bano publico', de meest vieze wc ooit, waar we dus allerlei foto´s van maken. Verder vermaken we ons met het zingen voor een jarige Boliviaan ´happy birthday, dear boliviano´. We drinken lekker door maar na zo'n drie uur gaan we maar weer eens, hoewel een beetje tipsie, verder lopen. Heel gelukkig komen we onderweg een minibus tegen die ons voor bijna niks meeneemt! Joehoe, op naar Coroico!

Nog een laatste opmerking: wat zo mooi was aan deze trektocht, was dat we begonnen in hooggebergte op 5000 meter met besneeuwde bergtoppen en via maanlandschap met rotsen, de yunga´s met bomen eindigden op 1500 meter in de wilde warme jungle...


Index

Feest en vuurdoop in Coroico (Oscar) (17-10-2001)

Woensdagmiddag 17 oktober

Na afgezet te zijn in Coroico namen we onze intrek in een hostel. ´s Avonds naar het, volgens de ´Lonely Planet´, beste restaurant van Bolivia gegaan. Gerund door een Francaise was het hier inderdaad ´superbe´. Zowel qua eten als lokatie, met uitzichten over de vallei waar we net vijf dagen doorheen gelopen waren.

De volgende dag van hostel gewisseld: ingetrokken in hostel ´Sol y Luna´ met zwembad, hangmatten en even buiten het centrum in de natuur. Coroico ligt op 1700 meter hoogte en heeft, zo dicht bij de evenaar, een prachtig klimaat. Flink liggen bakken bij het zwembad dus, met wel als groot nadeel hele erge jeuk en bulten veroorzaakt door gemene steekinsecten...

´s Avonds met Alex, Sabrina en Matilda (ook uit Argentinie en in ons hostel ontmoet) een kampvuur gemaakt en gezellig zitten kletsen en drinken. Wel werd dit enigszins verstoord omdat een zekere Philip per ongeluk ook uitgenodigd bleek. Philip bleek een nogal zwaar drugsverleden te hebben waar hij nog lang niet van hersteld was. Hij was de laatste 21 jaar al aan het ´reizen´ en had een nogal dominante invloed op de avond met allerlei gereutel over spirituele zaken als het ontwikkelen van een zesde en zevende zintuig. Naarmate de avond vorderde begonnen wij een steeds grotere hekel aan Philip te krijgen. Leuk werd het toen hij vertelde over het ontwikkelen van zijn zevende zintuig wat volgens hem inhield dat je je één kon voelen met de basale elementen als water, lucht, vuur etc... Om die gedachten kracht bij te zetten zou hij later door het kampvuur lopen. Daarbij zei hij dat je het brandende hout uit moest smeren tot een vlakke hete vuurzee maar dat je ervoor moest zorgen dat er geen stenen tussen het verkoolde hout lag. Dat zou namelijk wel je voetzolen flink verbranden. Dat horende begonnen we natuurlijk gelijk ongemerkt wat stenen op het vuur te gooien :). Na nog flink wat tijd gereutel van Philips kant, werd het een keer tijd voor actie. Zeer zorgvuldig prepareerde Philip het smeulende kampvuur om erover te lopen. Deze voorbereiding ging gepaard met veel show en ´spirituele voorbereiding´. Met gesloten ogen en met zwaar ademen zat Philip zich voor te bereiden. En om de hele vertoning nog interessanter te maken zei hij dat we, als we wilden, wel foto´s mochten maken. Op een gegeven moment was Alex het beu, trok zijn schoenen uit en stapte pardoes over het vuur! Een betere manier om Philips voorbereiding volstrekt belachelijk te maken was er natuurlijk niet. Hierna stapte ook de rest van ons door het vuur uiteindelijk ook nog gevolgd door een wat zuur kijkende Philip. Ik (Oscar) was de enige die kennelijk op een of meerdere stenen had getrapt aangezien ik flinke brandwonden op mijn voetzool had opgelopen (wie een kuil graaft ...). De rest had geen centje pijn.

Inmiddels hadden we vernomen dat het de komende dagen feest zou zijn in Coroico: het jaarlijkse feest van de maagd Maria. Volgens verschillende berichten zou dit feest twee, drie of vier dagen duren. De volgende dag hoorden we het feest ´s middags al beginnen met, hoe kan het ook anders, de nodige fanfare-bands... ´s Avonds ons in het feestgewoel gestort. Er bleek een flinke optocht gaande met de fanfare-bands, verklede dansers, vuurwerk etc.. Overal was het superdruk met mensen vanuit de wijde omgeving, zelfs vanuit La Paz. Op het dorpsplein was het meest te doen en daar ontmoetten we ook veel reizigers die we eerder al in andere plaatsen waren tegengekomen. Met een hele groep wat café´s afgegaan en op straat gehangen tot in de kleine uurtjes. De volgende ochtend was het geluid van de fanfare´s alweer (of nog steeds?) te horen. Ikzelf had zin om lui bij het zwembad te blijven maar Hanke en de rest stortten zich ook deze tweede dag in het feestgewoel. Iedereen in het dorp bleek nog veel zatter te zijn dan de dag ervoor, met heel veel mensen in een diepe roes slapend op straat...
Het feest was nu ook wat minder, zelfs de Bolivianen waren ietwat uitgefeest door vermoeidheid en drank. Maar ook de derde en de vierde dag bleef men doorfeesten. Iedereen van ons had het na die tweede avond wel gezien en de derde dag werd gebruikt om maar weer eens naast en in het zwembad te hangen. Hier ontmoetten we twee meisjes uit Nederland (Esther en Inge). Besloten werd om de volgende dag met bus en boot richting de Amazone (Rurrenabaque) te trekken.


Index

Op weg naar Rurrenabaque (Oscar) (22-10-2001)

Maandag 22 oktober

Volgens Esther en Inge was het mogelijk om met een bus/truck van Coroico naar Guanay te gaan om van daaruit een tien uur durend boottripje naar Rurrenabaque in de lowlands te maken. Wel waren we gewaarschuwd dat dit boottripje erg duur was (meer dan 100 dollar) maar we gokten dat we de prijs wel flink naar beneden konden krijgen.

Vanuit Coroico namen we een bus naar Yolosa. Van daaruit konden we met een truck mee tot aan Caranavi. Dit was een 3,5 uur durend tripje bovenop de truck gezeten. Heel erg mooi en fijn met je hoofd in de wind, genietend van de prachtige vallei met wederom diepe afgronden direct naast de smalle bergweg. Vanuit Caranavi konden we een jeep regelen die ons ´s avonds nog in Guanay bracht.

Dinsdag 23 oktober

Guanay, gelegen middenin een ´gold-area´ bleek een ´old west´ stadje met saloons, goudzoekers en hoeren. On-boliviaans en erg aangenaam. ´s Morgens naar de haven gegaan om een boot te regelen. Voor 200 dollar konden we wel met z'n zessen (Hanke, Alex, Sabrina, Esther, Inge en ik) naar Rurre. Na veel gezeur kregen we de prijs niet lager dan 150 dollar. Vergeleken bij het gemiddelde maandinkomen van 30 dollar in Bolivia een absurde prijs. Gek genoeg ging men niet lager met de prijs: zoals we al meerdere keren hadden meegemaakt verdient een Boliviaan liever niks dan een beetje (of meer dan een beetje...). In onze ogen erg vreemd maar kennelijk werkt dat hier zo want toen we maar weer naar een bus op zoek gingen ging de bootprijs niet verder naar beneden.

Dus maar weer de bus naar Caranavi met z´n zessen. Daar kozen Esther, Inge en ik (Oscar) voor de zekerheid van een busrit naar Rurrenabaque (Rurre). Hanke, Alex en Sabrina kozen voor de optie om met een truck mee te liften. De busrit ging door de nacht en met een slaappilletje van Inge was ook ik zowaar een aantal uren vertrokken. Op het hoogtepunt van de werking van de pil moest iedereen de bus uit bij een militaire checkpost, ik kon nog net op mijn zwalkende benen blijven staan...

Woensdag 24 oktober

´s Morgens om kwart over zes waren we in Rurre en was nog niets te ontdekken van Hanke, Alex en Sabrina. Na wat koffie waren de hangmatten wel erg uitnodigend en binnen no-time lagen we daarin te slapen. Om twee uur 's middags werd ik gewekt door Hanke die vermoeid verslag deed van hun truck-avontuur, welke 18 uur in beslag had genomen. ´s Avonds lekker gegeten en daarna naar de Musquito-bar voor de nodige biertjes. Het gezelschap en de goede muziek zorgden ervoor dat ik de volgende dag met een niet al te vervelende kater aan onze drie-daagse pampa´s-tour zou beginnen.


Index

In de pampa´s (Hanke) (25-10-2001)

Donderdag 25 oktober

's Morgens staan we om half acht op om met Alex, Sabrina, Inge & Esther, Edwina (francaise) en Matt (engelsman) naar de pampa´s te vertrekken voor drie dagen. De pampa´s is een soort hoog grasland met rivieren en jungle en heeeeeeeel veel dieren.

Na drie uur in een hobbelige stoffige jeep te hebben gezeten bereiken we de rivier, naast, je gelooft het of niet, een karaokebar! In the middle of nowhere!!! Met muziek van grease, abba en nog ouder..erg grappig. Met onze backpacks, een gids en een kok stappen we in een langwerpige houten kano, de wildernis in. Onderweg komen we langs capibara's en schildpadjes, deze laatsten zittend op houten takken in het water, soms een heleboel op een rij. Tientallen alligators duiken op vanuit het bruine water, met hun glimmende oogjes. Soms zien we ze zonnebadend op het strand met hun bek wijd open. Het is duidelijk dat je hier niet van de boot moet vallen. In de lucht verschijnen grote witte ooievaarachtige vogels en ook ijsvogeltjes met prachtige blauwe, groene en rode vleugels. Aalscholvers staan rustig in het water, niet op of omkijkend door ons motorgeluid. In een hoge boom wijst de gids ons een groot pelikanennest, waarbij de jongen zo groot lijken dat je bijna niet kunt geloven dat het slechts jonkies zijn. Helaas is mijn fototoestel nat geworden en zijn we vanaf nu afhankelijk van andermans foto´s.

Het is ontzettend warm en gelukkig stelt de gids voor om in een wat breder stuk van de rivier een duik te nemen..Maar kan dat wel, zo dicht bij alligators? Ja, want hier zitten roze dolfijnen, en waar dolfijnen zijn, zijn geen alligators!!! We duiken het water (heet..) in, en zien plots wat roze verschijnen..en een staart in de verte!! Geweldig. Alsof ze een spelletje met ons spelen, duiken de dolfijnen elke keer weer ergens anders op.

Dan varen we verder, de gids fluit hard en plots verschijnen er in een boom allemaal kleine doodshoofdaapjes, kei schattig. We voeren ze bananen uit onze hand en ze eten ze gulzig op.

Dan bereiken we onze kampplaats, die, ongelooflijk, bij dolfijnen blijkt te zijn!! We proberen vriendjes met ze te worden door te neurien onder water en naar ze toe te zwemmen..tot één meter komen ze bij ons..WAUW!! Dat geloof je toch gewoon niet, zoiets!

We krijgen heerlijk te eten in het kamp en de sfeer in de groep is erg goed. We spelen een heel leuk spel, de hele avond door. Moordenaartje heet het. Het is een spel waar twee of drie mensen moordenaars zijn en de rest slachtoffers, alleen weet niemand wie en moet je daarachter proberen te komen. Het blijkt al snel dat ik erg slecht ben in liegen, wat je bij dit spel wel nodig hebt. Toch raken we later met zijn allen verslaafd aan dit spel.. Die nacht duiken we nog de boot in, en gaan met onze zaklantaarns op zoek naar alligator-ogen. Deze lichten op door de lampen..erg mooi om te zien, en vooral spannend zo ´s nachts in de jungle met al zijn rare geluiden..In de verte horen we apen met elkaar communiceren.

Vermoeid van al het moois kruipen we in onze lakenzak onder een muskietennet.

Vrijdag 26 oktober

Om half zeven in de ochtend nemen we een duik in de rivier bij ons kamp en onze dolfijntjes. Ze zijn nog actiever dan gister en springen volop uit het water en maken zelfs geluiden!

Na weer fris en wakker te zijn varen we een stukje verder de rivier op, met als uiteindelijk doel: anaconda´s vangen. Bij een boerderijtje stoppen we en lopen het erf op, waarop onze gids luid begint te schreeuwen. We lopen zijn richting op en zien in een slaapkamer, onder een bed, een vette cobra liggen. Minder. De gids vangt hem en we kijken hoe zijn keel dichtgeknepen wordt en de cobra wild heen en weer kronkelt. Dit hoeft echt niet van mij. We vervolgen onze tocht op zoek naar anaconda´s, wurgslangen, die wel acht meter lang kunnen worden!

We lopen het hoge struikgewas in. Dit zijn de echte pampa's. Overal zien we hoog gras, terwijl we door de verstikkende hitte lopen, omringd door bijtende musquito's. Boven ons zien we grote vogels vliegen en plots is voor ons een enorme troep pelicanen gestrand: enorm grote witte vogels met rode kragen en grote snavels..ongelooflijk! Als we met zijn achten dichterbij proberen te komen, spreiden ze langzaam hun grote witte vleugels en weg zijn ze. Dan komen we in de buurt van een bruinkleurige rivier waar onze gids doorheen gaat lopen met een stok porrend in het water..hier moeten dus anaconda´s zitten. Al snel ontdekken we dat een andere groep een slang te pakken heeft, wederom een grote cobra. Iedereen mag hem vasthouden en Sabrina laat deze kans niet voorbij gaan. De rest van onze groep vindt het maar niks en eerder zielig. Nog wat verderop duiken twee gidsen het struikgewas in en vinden een babyanaconda, ongeveer twee meter lang. Heel raar, maar hij had een rood glibberig uitsteeksel aan hem hangen..heel vies. Dit bleek zijn penis te zijn. Hij had waarschijnlijk net nog sex gehad! Na nog wat heen en weer geslinger van de slang hielden we het voor gezien en wilden terug. Terug in ons bootje langs alligators en schildpadjes, naar onze kampplaats om een duik met de dolfijntjes te nemen..mmm..

Als we bij onze kampplaats aankomen heeft onze kok een heerlijk maal van verschillende vegetarische salades gemaakt. Heerlijk en fijn; vier van ons zijn namelijk vegetariërs! Met een ronde buik gaan we de rivier weer op om te gaan vissen naar piranja´s! Tja, die zitten hier ook. Met een draadje en een klein haakje eraan beginnen we, waarop al snel kleine happende visjes naar ons aas springen..we vangen enkele sardientjes (Oscar elf), tot Edwina een echte piranja te pakken heeft, compleet met enorme tanden. Minder vind ik dit hele visgebeuren, en aangezien we langs de oever een bruine aap in een boom vinden, besluit ik op onderzoek uit te gaan. In het bos stikt het van de musquito's, maar we kunnen de aap hartstikke goed zien, en hij ons. Van boven uit de boom blijft hij naar ons staren, en slingert zichzelf af en toe met zijn staart van tak tot tak. Mooi hoor. Die avond eten enkelen onder ons de gevangen piranja´s en besluiten we de sardientjes aan de dolfijntjes te voeren. Die zijn blij en maken kleine vreugdesprongetjes: een roze moeder met een grijze baby. Maar steeds zien we pedro, de ongevaarlijke alligator volgens de gids, op de kant naar ons staren, met zijn bek wijd open. We zijn echt maar tien meter van hem verwijderd. Ongelooflijk.

Na het eten maken we een kampvuur en leert onze gids ons spaanse liedjes. Hij zingt en maakt muziek op een bamboestaaf met ribbeltjes, waar hij met een ijzeren staaf overheen gaat. En wij zingen met de vier dutchies 'sinds een dag of twee' van Doe Maar. Elke persoon zingt een lied in zijn eigen taal; 'o claire de la lune' door Edwina, een mooi Argentijns lied van Sabrina en ´hey jude´ door de Engelsen. Heel grappig. Aangezien we wijn en rum hadden meegenomen wordt het een erg gezellige avond. We eindigen wederom met het spel ¨moordenaartje¨.

Zaterdag 27 oktober

We hebben afgesproken extra vroeg op te staan en een boottochtje te maken, zodat je nog meer vogels en dieren ziet. Helaas zijn Oscar, Matt en ik de enigen die om half zes 's ochtends uit bed kunnen komen! Onderweg zien we dolfijntjes schrikken van de boot, en gaan we af op heftige apengeluiden. Dan gaan we aan land en kruipend door dicht struikgewas zien we hoog in een dode boom een zwarte aap zitten, een 'howler monkey' als ik het goed heb. Met Oscar's verrekijker krijgen we een goede blik op hem: hij kijkt ook naar ons met zijn grote oren en een middenscheiding, echt zo´n typische aap. Het blijkt een mannetje te zijn die muziek maakt voor zijn vrouwtje. Al moet ik eerlijk zeggen dat het klinkt alsof er tientallen apen tegen elkaar aan het schreeuwen zijn!

We duiken weer de rivier in om wakker te worden en nu is Pedro, de alligator, aan het zwemmen op tien meter van ons af. Echt een heel raar idee. Toch denk ik dan maar dat de dolfijnen ons wel beschermen. Dan is het tijd voor een wandeltochtje, de jungle in. We krijgen allerlei uitleg over bomen, waar medicijnen van gemaakt worden, meestal van de schors. En in het bos vinden we de meest prachtige grote rode bloemen en orchideeën, schitterend. Na geslingerd te hebben aan een enorme liaan is het tijd om weer terug te gaan naar de bewoonde wereld. We varen drie uur (waarin we compleet verbranden) en drinken bij aankomst een heerlijke koude cola in de karaokebar. De reis van vier uur in de jeep (ook weer eens een lekke band, niet gek met die zandwegen met keien erin), gaat heel snel aangezien we weer ons favoriete spel spelen. Compleet onder het stof komen we aan in Rurrenabaque. De bewoonde wereld weer! We besluiten de avond af te sluiten door met zijn allen de Musquito-bar in te duiken, de naam kan niet beter!!!! Voldaan en zweterig en stoffig van de reis duiken we ons bedje in...we hoeven nu niet meer zo bang te zijn voor musquito´s!

Tot zo ver de pampa´s.


Index

Zwerfkinderen in Rurrenabaque (Hanke) (29-10-2001)

Maandag 29 oktober

Het is onze laatste dag in Rurre..wat zullen we de zweterige hitte, de vele musquito´s, en de stelletjes op brommertjes, scheurend over de zanderige stoffige straten missen.

Ik schrik op om half acht, aangezien ik met Edwina, de francaise, had afgesproken om om zeven uur in de vroege ochtend te proberen een jeep te regelen naar La Paz, in plaats van een bus over de ´most dangerous road of the world´. Daar wil je echt niet in zo´n gammele bus zitten, waarvan je weet dat de weg te smal is voor twee voertuigen en er één achteruit moet. Daar wil je echt niet in een bus de berg af, achter uit, zitten...

Zodoende gingen wij in de vroege ochtend op zoek naar een jeep, die ons voor een redelijke prijs wilde brengen. Met zijn zessen waren we, zodat we de prijs konden verdelen. We liepen naar een agency ´3 may' waarvan we hadden gehoord dat zij dat wel deden. Daar aangekomen zat een dikke vent geniepig voor zich uit te staren in een luie stoel. Gelukkig kan Edwina aardig goed Spaans en kwamen we er al snel achter dat er weinig zaken doen was met deze man. Misschien konden we mee met z´n zessen, maar wanneer? Misschien vanavond, maar zeker morgen. Ja, ja. En het zou 25 dollar per persoon kosten. We moesten nog maar eens terugkomen om half vijf. Tja, dan maar andere agencies af. Niks, niemand scheen het te doen, en zodoende had deze luie Boliviaan ook nog een solopositie.

Om de tijd wat te verdrijven gingen we (Oscar, Esther, Matt en ik) een eindje lopen over de markt van dit dorpje. Op deze markt kon je allerlei lekkere dingen kopen, empanades (deegrolletjes gevuld met kaas), stukken watermeloen voor een kwartje, bananen (natuurlijk, waar niet in Bolivia) en allerlei andere rare hapjes met kip (ook overal in Bolivia te verkrijgen). We liepen wat te slenteren en zagen ineens een stel kinderen met rossige haren, vieze kleertjes aan, op blote voetjes spelend in het zand... Een wat ouder meisje (een jaar of tien?) had een klein jongetje vast, naakt.. Ik was wel erg met hun begaan, maar wat kun je doen? Tot Esther en ik bedachten dat we misschien kleertjes zouden kunnen kopen voor ze op de markt. Zodoende zochten we schattige kleine broekjes uit in felle kleurtjes, wat nog geen vier gulden per kindje kostte! We liepen naar het wat oudere meisje toe, en gaven een klein broekje en hemdje voor het naakte jongetje in haar armen..Ze glimlachte gul naar ons, nam de kleren aan en liep weg..Tot ze zo´n vier meter van ons vandaan het jongetje ging aankleden..erg schattig. Ze zagen er beide zo gelukkig uit!!!!!!!

Iets verderop zagen we nog een klein meisje met wel erg slechte kleren. We gaven haar een broekje en shirtje, waar ze vervolgens hard mee wegrende. We liepen achter haar aan en zagen dat ze naar haar familie liep. Ook jonge moeders zaten in verslonsde kleding erbij. Tot onze verbazing zagen we dat ze de kleertjes aan haar kleinere broertje gaf. Erg lief! We namen haar mee naar de marktstand en lieten haar zelf wat uitzoeken. Ze deed de kleertjes meteen aan en keek zo blij! Helaas kon ze geen Spaans, slechts Aymara, een indiaanse taal. De marktkoopman zei tegen haar dat ze ´gracias´ moest zeggen, en dus zei ze dat, met een grote glimlach op haar mond. Ik wist niet dat geluk zo goedkoop was!

Om half vijf gingen we terug naar de agency, die natuurlijk gesloten was! Bolivianen, je kunt ze niet vertrouwen, je kunt nog beter kippen houden! Een uur later dus maar weer terug. Nu was de luie Boliviaan wel aanwezig, maar hij was geen chauffeur van een jeep, en dus moesten we daarop wachten. Na weer een uur was deze eindelijk gearriveerd, en het was duidelijk dat hij geen zin had deze nacht nog te vertrekken (hij wilde waarschijnlijk bier drinken), en dus kon het morgenvroeg pas, om acht uur. Maar hoe zeker dit alles was... nu wilden ze weer meer personen in de jeep. Erg frustrerend allemaal en zeer onduidelijk of hij morgenvroeg er nou wel of niet zou staan... Nou ja, anders maar het vliegtuig. We aten weer pizza en pasta bij ons favoriete restaurant en dronken nog een biertje in de Musquito-bar, voor we in ons zweterige bed kropen.


Index

Boliviaanse wegen (Oscar) (30-10-2001)

Dinsdag 30 oktober

Om van Rurrenabaque terug te gaan naar La Paz hadden we drie mogelijkheden:

  • met een bus, een tripje van 21 uur (ca. 25 gulden).
  • met een jeep, volgens de chauffeur een tripje van tien uur (ca. 62,50).
  • met het vliegtuig, maximaal drie uur (ca. 150 gulden).

Zeer verleidelijk dus om voor het vliegtuig te kiezen maar dit was tevens dus ook wel verreweg de duurste optie. De weg van Rurre naar La Paz is tussen Coroico en La Paz vastgesteld als ´the most dangerous road in the world´. Gemiddeld elke twee weken dondert er wel een vrachtwagen in het, op sommige plaatsen, meer dan een kilometer diepe ravijn. Nu hadden we in de Apolobamba wel veel ergere wegen meegemaakt en met een bus overheen gereden maar wat de weg tussen La Paz en Coroico vooral zo gevaarlijk maakt is dat er veel meer verkeer overheen gaat dan op andere, vaak slechtere, wegen. Juist bij passeermanouvers gaat er, als bijvoorbeeld één van de twee grote voertuigen (vrachtwagen of bus) achteruit moet rijden, nog wel eens iets mis. Voor mij (Oscar) was met de bus dus eigenlijk geen optie. Bleef de jeep over en die dus maar genomen. De man met wie Hanke en Edwina de vorige dag hadden afgesproken bleek deze ochtend inderdaad om acht uur te willen vertrekken! Achteraf was de keuze van de jeep een behoorlijke vergissing. Niet omdat de weg zo gevaarlijk was: we reden door het donker dus dan zie je de afgronden niet en bovendien hoef je met een jeep nauwelijks te manouvreren, die gaat overal wel langs. Ook reden we de weg van Coroico naar La Paz wat betekent dat je aan de bergkant rijdt en niet aan de afgrondkant. Wat wel erg was, was dat de trip 14 uur duurde waarvan ik elke minuut achterin de jeep zat. Op een gegeven moment begonnen mijn maag, milt en lever behoorlijk te klagen en aan het eind van de rit was ik volledig door elkaar geschud. Verder was de chauffeur ook uitermate irritant aangezien hij onderweg toch nog probeerde een extra passagier mee te willen nemen terwijl we al met z´n zevenen waren en aan ons al waanzinnig veel verdiende volgens Boliviaanse maatstaven. Na hevig protest van onze kant zag hij daar toch maar vanaf. Eenmaal in La Paz weigerde hij ons naar ons hostel te rijden en moesten we alsnog een taxi nemen. Eénmaal in ons hostel in La Paz bewoog nog steeds alles om me heen, zelfs na een half uur nog!

Enfin we hadden de hele volgende dag in La Paz om bij te komen, beetje ontbijten, winkelen en wat mailen. Dan was het de dag daarop tijd voor een negen uur durend tripje naar Uyuni. Eerst moesten we met de bus van La Paz naar Oruro. Dit duurde 3,5 uur in een luxe bus over een geheel verharde (!) weg, geen enkel probleem. Daarna nog 5,5 uur naar Uyuni over een weg die wordt afgesloten als het teveel geregend heeft: een zandweg met heel veel hobbels en gaten dus. In Oruro werden we verwezen naar busnummer 14. Toen die bus arriveerde en ook nog van de juiste busmaatschappij was en ook nog naar Uyuni bleek te gaan konden we met een gerust hart onze rugzakken opladen en plaatsnemen. Toen ik net lekker zat claimde een forse Boliviaanse haar stoel. Bleken we toch in de verkeerde bus te zitten omdat de bus maatschappij een foutje had gemaakt! Onze bus ging net de hoek om, Hanke en iemand van de busmaatschappij renden er al roepend en fluitend nog achteraan maar tevergeefs. Toen bleef er niets anders op dan in de ´verkeerde´ bus, met onze rugzakken op het dak plaats te nemen, die ging tenslotte ook naar Uyuni. Gelukkig mocht dit en konden we plaatsnemen in het chauffeursgedeelte. Hanke zat ingeklemd tussen twee forse Boliviaansen op een bankje en ik zat boven de motor. Dat werd zo heet dat ik me helemaal een ongeluk zweette. Dat terwijl gewaarschuwd wordt dat de busreis naar Uyuni zeer koud kan zijn en iedere reiziger dan ook zijn slaapzak mee de bus in neemt. Ik maakte me juist zorgen dat mijn slaapzak niet zou verbranden van de hitte! Onderweg werd er nog geproost met 96 (!) procent alcohol door de chauffeur en bijrijders op een goede rit. Ook wij ontkwamen hier niet aan. Na ongeveer twee uur hobbelen zag de chauffeur onze bus bij een soort wegrestaurantje staan (hij had dan ook flink doorgereden om ons te kunnen lozen zodat zijn familie meer ruimte zou hebben). De bijrijdster (zijn vrouw waarschijnlijk) stond erop dat we met die andere bus verder mee zouden gaan maar onze rugzakken bevonden zich nog op de huidige bus...het was ook geen doen om die er af te laten halen, ze lagen nogal onderop onder heel veel Boliviaanse zut. We hadden niet echt een keus en gokten dan maar dat het met onze rugzakken goed zou komen. De bussen waren weliswaar van dezelfde maatschappij maar geregeld krijgen bussen, zeker ook op de weg naar Uyuni, oponthoud door een lekke band of anderszins en het was dus niet zo heel zeker wanneer we onze rugzakken weer zouden zien. Een medereiziger maakte nog de opmerking dat als er één bus pech zou krijgen dat dat onze eerste bus zou zijn aangezien die in een aanmerkelijk mindere staat was. Mijn vrees werd echter bevestigd toen we vervolgens onderweg vast kwamen te zitten. Na een uurtje rotsen wegbikken onder de bus door de chauffeur konden we weer verder. Ik had inmiddels wel visioenen van eenzame rugzakken in de straten van Uyuni, klaar om door éénieder meegenomen te worden. Ik had weliswaar met andere reizigers in onze eerste bus afgesproken dat ze op onze rugzakken moesten letten als hun eerder zouden arriveren, maar toch. Merkwaardig genoeg bereikten wij toch eerder Uyuni en toen we nog niet eens de bus uitwaren kwam onze oorspronkelijke bus er al aan. Zo kwam het met onze rugzakken toch nog goed en konden we, het was inmiddels vijf uur in de morgen, aan de dag beginnen!


Index

De zoutvlakten van Uyuni (Oscar) (01-11-2001)

Donderdag 1 november

Toen we ´s morgens om vijf uur aankwamen werden we bij het busstation al opgewacht door diverse ´tour-agencies´. Eéntje bleek bereid ons een taxi te geven en uiteindelijk besloten we via deze persoon een drie-daagse tour per 4WD van Uyuni naar San Pedro de Atacama (Chili), dwars door de zoutvlaktes en ander onherbergzaam landschap, te maken. Ons verdere reisgezelschap bestond, naast onze chauffeur en kokkin, uit een Italiaan, een Duitser, een Tsjech en een Slowaak.

Na wat over de markt in Uyuni geslenterd te hebben vertrekken we om half elf 's ochtends. Al snel verlaten we Uyuni via een stoffig zandweggetje. We rijden over een grote zandvlakte met aan de horizon bergtoppen en vulkanen. In de verte zien we een Fata Morgana: de bergtoppen worden weerspiegeld. Dan zien we ook een witte streep aan de horizon verschijnen: de Salar de Uyuni (zoutvlakten van Uyuni)!! Na een tijdje doorhobbelen rijden we al snel over de Salar zelf: een onmetelijke vlakte van spierwit zout, hoewel het meer voelt als steen. Een zonnebril is heel hard nodig, overal waar je kijkt is het spierwit! Na een klein uurtje over het zout hobbelen komen we bij een hotel wat geheel uit zout is gemaakt. Dit hotel is mooi ingericht met stoelen en tafels van zout, bekleed met Alpaca-kleden. Er is een klein vijvertje met water dat zoveel zout bevat dat het gekristalliseerd is, net ijs. Overal zie je op de grond zes-hoekige patronen in het ijs. Natuurlijk kan onze gids dit niet verklaren.... Tijd om te vertrekken naar 'Isla de Pescadores´ (viseiland). Deze naam is ontleend aan het feit dat dit eiland op een vis lijkt door de weerspiegeling als het een keer heeft geregend. Na weer een uurtje hobbelen bereiken we dit eiland. Het blijkt vol te staan met grote, ranke cactussen. De grootste bereikt zo´n twaalf meter! Het feit dat deze cactussen één centimeter per jaar groeien maakt dat deze cactus zo´n 1200 jaar oud is.... Na een heuveltje op dit kleine eiland te hebben beklommen hebben we een prachtig uitzicht over de gigantische grote en witte Salar, heel apart! Na hier de lunch te hebben genoten is het weer tijd om door te hobbelen. We rijden een aantal uren over de zoutvlakte richting de bergen met als bestemming een klein dorpje (San Juan) om te overnachten. De bergen komen nauwelijks dichterbij, zo uitgestrekt is het zicht hier. Halverwege stoppen we nog even bij twee kruisen, eentje vlakbij de ´weg´ en een ander iets verderop. De kokkin vertelt ons, niet onberoerd, dat kennissen van haar hier zijn omgekomen. Simpelweg verdwaald, wat haast niet anders kan als er mist is, en van de kou of de honger omgekomen....In totaal blijkt het drama drie volwassenen en vier kinderen te betreffen.

Doorrijdend naar San Juan verlaten we de zoutvlakte en bevinden we ons weer tussen het bruine zand en de stof. In de verte zien we iets waarvan we niet direct weten of het nu een wervelstorm van zand is of een geiser. Dichterbij komend zien we meerdere wervelstormen, eentje trekt zelfs recht over onze jeep waardoor ons zicht eventjes ontnomen wordt. Uiteindelijk bereiken we tegen de avond San Juan. Een dorpje als alle anderen met rechte straten en één-laags, half afgebouwde, huisjes. Wel natuurlijk heel stoffig en bruin (de straten en huizen hebben nagenoeg dezelfde kleur) met een snijdende, ijskoude wind. Als de zon onder is in dit gebied wordt het echt koud en is het maar goed dat we op onze bestemming zijn. Voor het avondeten nog genoten van een prachtig ondergaande zon die de omringende wolken dieprood kleurt. Daarna nog een pilsje in de plaatselijke discotheek (!) gepakt en toen was het tijd om te eten. ´s Avonds hadden wij geen fut (en geen geld) meer om weer naar de disco te gaan, de Tsech en de Slowaak natuurlijk wel. Op tijd naar bed en morgen een nieuwe dag vol onherbergzaamheid en natuurschoon.

Vrijdag 2 november

Heerlijk geslapen. Bij het inpakken van mijn spullen bleek mijn hoofdlamp zoek. Bleek uiteindelijk bij de Tsjech in zijn rugzak beland te zijn, vreemd.... We vertrekken weer over een hobbelig zandpad. We zitten nu meer tussen de bergen en vulkanen dan gister. We rijden richting een vulkaan met sneeuw op de top. Volgens onze gids is het 80 kilometer naar deze vulkaan maar het lijkt wel of je er in een half uur naartoe loopt! Naarmate we doorhobbelen komt deze vulkaan ook nauwelijks dichterbij. We rijden stug door en de omgeving wordt nog woestijnachtiger dan het al was. Talrijke losstaande struikjes worden steeds meer vervangen door zand. Uiteindelijk rijden we langs de vulkaan en kunnen we zien dat er rook uitkomt: deze vulkaan is duidelijk nog actief! Terwijl we even stoppen om foto´s te maken zien we voor het eerst een viscacha: een schattig, konijnachtig, beest met een lange, pluizige staart.

Een uurtje verder rijdend komen we bij een meer met veel flamingo´s. Dit allemaal op 4000 meter hoogte! Even verderop genieten we onze lunch. We doen dit bij wat rotsblokken met hier en daar wat groen mos erover. Zo´n beetje de enige vegetatie die hier kan standhouden. Plotseling zien we tussen en op de rotsblokken een heleboel viscacha´s. Ze zijn best wel tam en eten zelfs uit mijn hand! Dan is het weer tijd om door te hobbelen naar de volgende toeristische atractie. Dit is de ´Arbol de Piedra´ (boom van steen): midden in de woestijn liggen her en daar wat rotsblokken waarvan er één zo door de wind en het zand is uitgesleten dat die inderdaad op een boom lijkt. Deze hele omgeving, met alle rotsblokken, is geweldig om je uit te leven in het ´boulderen´ (klimmen op niet te hoge rotsen zonder touw). Toch vinden we het na een tijdje niet erg om weer verder te gaan: benieuwd wat ons nu weer te wachten staat...

Doorrijdend wordt de zandweg wat bergachtiger als we een soort pas oversteken. Hierna rijden we over één grote zandvlakte met totaal geen vegetatie meer, met nog steeds bergen en vulkanen aan de horizon. Een hele echte woestijn nu! Na een uurtje komen we aan bij ´Laguna Colorada´ (gekleurd meer), hier zullen we ook overnachten. Eerst nog maar weer eens onze paspoorten laten zien bij een ´military post´. De noodzaak hiervan ontgaat me een beetje: de enige mensen in dit onherbergzame, uitgestrekte gebied zijn toeristen.
De hoofdkleur van Laguna Colorada blijkt rood, echt rood, te zijn. Verder is er ook wat blauw en groen in het water. Samen met spierwit ´borax´ (een soort mineraal, verbinding van Bromium met zuurstof?), lama´s op de oever, fourerende roze flamingo´s in het ondiepe meer en de snowcapped bergen en vulkanen aan de horizon een plaatje om nooit meer te vergeten! Hanke, Max (de Italiaan) en ik trekken erop uit om alles eens flink te gaan bekijken en lopen een flink eind langs het meer. Al lopend door pollen stug prikkend gras en moerassige vijvertjes verkijkt Hanke zich even op de moerassigheid langs de oever en haar halve been verdwijnt heel snel in de bodem. Gelukkig is Max net op tijd om haar er weer uit te trekken....behoorlijk gevaarlijk. Als de zon achter de bergen verdwijnt merken we weer direkt de kou op deze hoogte van 4250 meter, versterkt door de wind. Enigszins verkleumd zijn we net op tijd terug voor het avondeten bij onze slaapplaats. De toch al heerlijke en warme soep smaakt na deze wandeling nog beter, jammer dat de frietjes en de kip koud zijn. De volgende dag moeten we al om half vijf op voor de volgende attractie: een tripje naar de geisers welke op hun best zijn bij zonsopgang. Dit neemt niet weg dat we eerst nog wat wijn wegdrinken, waar met name de Tsjech zijn aandeel in heeft.

Zaterdag 3 november

Na een wat korte en onrustige nacht met twaalf man in een slaapzaal rijden we in het donker richting de geisers. De maan is nog heel helder en wordt langzaam verdrukt door een opkomende zon. Via het prachtige en mystieke schouwspel van grote stofwolken zand, beschenen door de lage zon, van de jeeps voor ons en de lange schaduwen van de omringende bergtoppen bereiken we de geisers. Het is nog steeds vroeg en behoorlijk koud, we zitten bijna op 5000 meter hoogte. De geisers zijn een spectaculair allegaartje van allerlei stoom en blubber wat uit de grond komt: sommige klein, andere groot en erg lawaaiig. Zeer indrukwekkend allemaal, een scene voor prachtige, surrealistische foto´s. Dan is het weer tijd voor de volgende attractie: ´hot-springs´ op een hoogte van boven de 4000 meter! Even twijfelend omdat het toch wel koud is om alleen zwemkleding aan te hebben maar dan toch vastberaden nemen Hanke en ik een heerlijk warm bad. De rest van onze groep kijkt verkleumd toe. Dit houden we wel even vol maar dan is het toch een keer tijd voor het ontbijt. Hierna rijden we naar onze laatste attractie voordat we bij de grens een bus naar San Pedro de Atacama (in Chili) kunnen nemen: ´Laguna Blanca´, ´Laguna Verde´ en de vulkaan Licancabur. Onderweg rijden we nog steeds over één grote zandvlakte tussen de bergen en vulkanen waarvan sommige nu zeer kleurrijk zijn met wit, grijs, rood, bruin en nog meer kleuren zand. De Licancabur zien we al heel duidelijk in de verte: een grote, prachtig driehoekige, vulkaan (5960 m.) met sneeuw op de top, de grens vormend tussen Bolivia en Chili. De twee meren liggen vlakbij deze vulkaan. Eenmaal aangekomen blijkt Laguna Blanca meer Laguna lichtgroen te zijn en Laguna Verde is echt helder groen, zeker van een afstand. Dit prachtige slotakkoord maakt onze trip compleet en geheel voldaan worden we bij de grens gedropt waar onze bus al staat te wachten: we gaan naar Chili!

Het verschil tussen het armste land (Bolivia) en het rijkste land (Chili) van Zuid-Amerika wordt direct al duidelijk: een hele mooie, gloednieuwe bus. De chauffeur is zeer vriendelijk en zeer bereid de omgeving waardoor we rijden te beschrijven. In een half uur heeft hij al meer uitgelegd dan onze gehuurde gids in drie dagen! Over een prachtig mooi geasfalteerde weg bereiken we na ruim een uur San Pedro de Atacama, 1500 meter lager dan de gemiddeld 4000 meter waar we de afgelopen drie dagen hebben vertoefd. Het eindpunt van onze trip.


Index

Samenvatting Bolivia (Oscar) (03-11-2001)

Bijna zeven weken in Boliva

Nu we op dit moment in Chili zitten merken we pas echt hoe anders Bolivia was. Om maar wat te noemen:

  • zeer, zeer vies sanitair, als het er al was. wc-papier moet je sowieso op zak hebben.
  • zeer, zeer slechte wegen. De volgens onze gids (Lonely Planet) ´most dangerous road of the world´ (van La Paz naar Coroico) was nog niks vergeleken bij sommige andere ´wegen´ die we ervaren hebben. Mijn (en Hanke´s) organen weten in elk geval waar ze ten opzichte van elkaar zitten...
  • zeer, zeer veel stof. Vooral in de ´altiplano´ (hoogvlakte grotendeels in West- en Zuid-Bolivia). Samen met de hoogte zorgt dit ervoor dat je regelmatig hoest...
  • zeer, zeer arm. Mede hierdoor is er een in onze ogen niet al te prettige mentaliteit: leugen en bedrog is heel normaal. Verder handelt men, in onze ogen, vaak zeer onlogisch: liever geen geld verdienen dan een nog steeds fors maar behoorlijk afgedongen bedrag...
  • bijna standaard geen wisselgeld, zelfs niet van 50 Bolivianos (nog geen 20 gulden).
  • merkwaardige schoenpoetsers in de straten van La Paz met bedekte gezichten en allemaal dezelfde kleren.
  • weinig ´genegenheid´ tussen de Bolivianen onderling: je zag weinig flirtende paartjes...
  • heel veel politie op straat, hoewel je dit in Chili ook ziet. Helemaal in uniform en compleet bewapend.
  • overal kraampjes met allerlei spullen: eten, horloges, messen, verzorgingsprodukten, broodjes, prullaria...zoals je het bij ons alleen met koninginnedag ziet.
  • kinderen hangend uit mini-busjes die de bestemmingen van het busje rondschreeuwen.
  • in La Paz natuurlijk veel bedelaars, zwervers. Relatief opvallend veel moeders met kinderen.


Index

Eventjes in Chili (Hanke) (04-11-2001)

Zaterdag 3 november

Heel aangekomen in San Pedro de Atacama, nadat onze tassen grondig werden onderzocht aan de grens, lopen we het autentieke chileense stadje binnen. Alles is hier van zandsteen gebouwd en slechts één laag (begane grond) hoog. Het ziet er wat armoedig uit, maar als je een restaurantje, winkeltje of wat dan ook naar binnen gaat, is het plots hypermodern! We eten wat in een restaurantje, aangezien we nog drie uur op de bus naar Camala moeten wachten! De Chilenen zijn zo vriendelijk overal, veel Westerser ook dan de Bolivianen. En tot mijn grote verbazing is er eindelijk toiletpapier (!!!) op de wc en zelfs zeep en een spiegel!!!! En eindelijk kan ik na vier dagen (daarvoor diarree) ook weer mijn behoeftes doen..

Na heerlijke salades en frietes te hebben gegeten vertrekken we met een goeie bus naar Camala, door zanderige woestijnen en de vallei del Luna (maanvallei). Woeste rotsen doemen op uit het zand. Na 1,5 uur bereiken we Camala, een schattig heerlijk westers stadje. Hier moeten we ons vier uur vermaken om vervolgens de bus naar Arica te nemen om tien uur 's avonds. In het stadje staan overal kleine standjes met handcraft-koopjes..kleine schilderijtjes en frutseltjes die mensen zelf aan het maken zijn. Wat verderop lijkt het wel feest: een bandje met drummers en gitaristen en lui die met vuur en kegels kunstjes doen. Ondanks dat we kei moe zijn willen we toch doorreizen naar Arica aan zee! Als we voldaan in de bus zitten zien we een grote stralende maan laag aan de horizon verschijnen. In de bus is er zelfs video, hoewel het een erg slechte thriller is. Het lukt mij weer erg goed om te slapen en zelfs Oscar slaapt een beetje, na al deze dagen van reizen in bussen en jeeps...

Zondag 4 november

In de vroege ochtend bereiken we Arica (nog steeds in Chili, maar op de grens met Peru) in de hitte.. We checken in in hotel Las Palmas en vallen direct in een diepe slaap. Als we om twaalf uur in de middag wakker worden, blijkt Arica een prachtig strandplaatsje te zijn, omgeven door hoge rotsen en zanderige woestijnbergen. De mensen zijn zo aardig hier overal. Als we op zoek gaan naar de zee vinden we al snel een klein paradijsje: een baai met wit strand en palmbomen op de achtergrond. Heerlijke westerse muziek klinkt uit een strandtentje en er is lekker waterijs te verkrijgen! De droom van elke vermoeide reiziger! Plots zien we grote vogels op de zee drijven en boven ons vliegen. Met hun grote witbruine vleugels en enorme snavels strijken ze neer op het water..Pelikanen!! Het is dan ook niet gek dat we, in plaats van één dag zoals gepland, hier drie dagen vertoeven. Zwemmend in de blauwgroene pacific met hoge bruisende golven, lezend en zonnebadend op het strand, pizza, friet en ijs etend in de zwoele avond, komen we de dagen heerlijk door. Zelfs de internetverbinding is razendsnel en met webcam en microfoon, zodat ik Boes in levende lijve kan zien en horen en hij mij.. Alleen het rare van dit internetcafé is dat rond elke computer gordijntjes hangen. En niet voor niks, zodat je stiekum porno kunt kijken... Rare Chilenen..

Morgen verlaten we helaas weer dit schone oord om ons te storten in de nieuwe Peruaanse avonturen van Cuzco...


Index

Eerste ontmoeting met Peru (Hanke) (07-11-2001)

Woensdag 7 november

Het is tijd om het mooie exotische strandplaatsje Arica te verlaten en een bus te gaan zoeken die ons over de grens van Chili naar Peru brengt. Rond een uur of twaalf bereiken we met de taxi het busstation en worden, al voordat we de taxi uit zijn, belaagd door mannen die ons bustickets willen verkopen...waarschijnlijk een voorteken van hoe het in Peru zal zijn? Oscar en ik proberen ze zoveel mogelijk af te weren, en lopen zelf naar de bussen toe om daar een deal mee te sluiten. De eerste de beste bus die we vinden gaat naar Tacna, in Peru, en vertrekt meteen. Die nemen we dus maar..Vrij snel bereiken we de grens, waarbij we langs allerlei kleine vage kantoortjes moeten lopen om ons paspoort te laten zien, samen met de buschauffeur, die in de bus een lijst heeft getypt (!!) met alle namen van de passagiers..Een vluchtige controle door onze handbagage volgt en daarna moeten we door de grens lopen en daar op onze bus wachten. Het is me allemaal erg vaag en onduidelijk.

Om precies twaalf uur bereiken we het busstation van Tacna, aangezien de tijd twee uur terug is in Peru ten aanzien van Chili. We komen aan in een enorm drukke hal vol dozen met speelgoed, kleren en andere goederen die mensen waarschijnlijk over de grens meenemen. We worden bestormd door agressieve busticketverkopers, aangezien er erg veel concurrentie is in busmaatschappijen. Helaas is de bus van ´Cruz del Sur´ naar Cuzco, die ons aangeraden was door de Italiaan uit Uyuni, al vol. Dat wordt of wachten tot morgen, of creatief zijn. Er is een optie om via Arequipa of Puno te gaan en daar van bus te wisselen. Volgens één van de agressieve verkopers is dit heel goed mogelijk en hebben we perfecte aansluiting in Arequipa. We besluiten dit te doen, aangezien de bus al om twee uur vertrekt. Wachtend onder het genot van een ´hugo de papaya´, een papayadrankje, en een hamburger voor Oscar, komt onze busverkoper naar ons toe met het bericht dat onze bus niet gaat vanwege wegblokkades, een opstand van boeren omdat ze te weinig geld ontvingen voor hun oogst. We kunnen een directere bus nemen om drie uur 's middags naar Arequipa, die korter duurt, zodat we nog optijd zijn voor onze aansluiting naar Cuzco in Arequipa. We besluiten het te doen, al blijkt later dat onze busverkoper geld wil omdat hij die andere optie bij een andere maatschappij heeft geregeld. Nou ja...

We wachten verder in de hete zon, en gaan op tijd richting onze bus..nu blijkt dat de bus niet om drie, maar vier uur gaat.. wat een enorme oplichters. Oscar heeft het al helemaal gehad en ik word van dit hele gedoe nogal agressief. We besluiten naar het informatiepunt te lopen van de hal om te vragen hoelaat er nu precies een bus gaat van Arequipa naar Cuzco. Blijkt dat er volgens hen helemaal geen bussen gaan! Later herstellen ze zich en gaat er wel een bus vanuit Areguipa, maar deze halen we sowieso nooit. Zodoende besluiten we, na vier uur lang gezeik, de bus rechtstreeks met ´Cruz del Sur´ te nemen, morgen..AAAUUGGHH! (zo voelden we ons toen)

Helaas krijgen we geen geld terug, maar wel is er één Peruaan die engels spreekt en onze tickets voor ons verkoopt voor een redelijke prijs...

Tien grijze haren verder bereiken we een fijn hotelletje in Tacna om de nacht door te brengen.


Index

Kinderen van Cuzco (Hanke) (09-11-2001)

Vrijdag 9 november

Cuzco is een gezellig toeristenstadje in Peru, dat met name bekend is geworden vanwege Machu Picchu, de bekende Incaruines gelegen midden tussen puntige rotsbergen. Als ik nu, vanuit het internetcafe naar buiten kijk, zie ik de 'Plaza de Armas', het plein, het centrum van Cuzco, met aan de rand een grote kathedraal en een kerk, en allerlei kleine huisjes met houten balkonnetjes en winkeltjes eromheen. Als je op straat loopt wordt je belaagd door kinderen in voddekleertjes met postkaarten die ze willen verkopen, schoenenpoetsertjes, Peruanen die de menukaart van hun restaurant in je gezicht drukken of een gratis entreekaartje van een disco aan je willen geven. Assertiviteit is dus vereist hier..

De eerste dag hier hadden Oscar en ik een stel Nederlandse meisjes ontmoet die werkten in een project voor straatkinderen. Er zijn hier veel van die projecten, aangezien er ook erg veel straatkinderen zijn. Na enige tijd door de smalle straatjes van Cuzco te hebben gezeuld, vonden we de 'Kolibri'. We kwamen binnen in een kleine wat verwaarloosde ruime waar de twee nederlandse meisjes kralen zaten te rijgen met wat straatkinderen. Het was erg makkelijk ook voor mij om contact met deze kinderen te krijgen..een beetje rondzwieren, kletsen met de oudere kinderen en kietelen of knuffelen met de jongere, was erg makkelijk..Het was duidelijk dat deze kinderen om aanraking, aandacht, verlegen zaten.

Veel van deze kinderen verkopen kleine dingetjes op straat, zoals sigaretten en kaarten, tot diep in de nacht, en snuiven hierbij vaak lijm. Ze hebben veelal geen ouders of het zijn kinderen uit een groot gezin. Toch moet ik zeggen dat zo'n project weinig lijkt uit te maken: je kunt deze kinderen niet echt een beter leven geven, slechts het leven van alledag wat draaglijker maken. Wel vond ik het goed om een keer gezien te hebben, alleen tegelijkertijd geeft het een rotgevoel, aangezien je er zelf zo weinig aan kunt doen...


Index

De alternatieve Machu Picchu Trek (Hanke) (12-11-2001)

Maandag 12 november

Het begon allemaal met Alex en Sabrina... Zij hadden van de eigenaar van hun hostel in Cuzco gehoord dat er een mooie trek bestond naar een grote Incaruïne, die nog maar weing mensen kenden: ''de Incaruïnes van Choquequirau''. En aangezien Oscar en ik geen zin hadden in een drukke toeristische en dure Incatrail (die naar Machu Picchu leidt), klonk ons dit als muziek in de oren. We gingen wat agencies af om eens te informeren over deze trek, en uit te vinden of er geen kaart van dit gebied bestond. Weinig mensen schenen ook maar iets van deze trek te weten, en zodoende besloten we de gok te wagen en met een klein papiertje met de route-tekening toch maar de bus naar het begin van de trek, Cachora, te nemen.

Na vier uur in de bus lekker misselijk te zijn geworden van alle bochten in de bergweg, werden we op een kruising gedropt. Van hier was het nog een uur of meer lopen naar het dorpje Cachora. Gelukkig kwam er meteen een vrachtwagen langs met grind en we mochten mee met hem..Alex, Sabrina en Oscar bovenop het grind, ik lekker voorin! Al snel bereiken we in de vallei een klein bergdorpje, Cachora. Nu is het de bedoeling dat we hier een ezeltje regelen voor onze bagage. Met een eigenaar, die dan ook de weg weet, aangezien we geen goede routebeschrijving hebben. We ontmoeten al snel een engelsman die ons een huisje wijst waar we even kunnen uitrusten. De mensen zijn ongelooflijk vriendelijk hier en we krijgen brood, soep en mais aangeboden voor een kwartje...Een jonge vrouw komt plots binnen die ons paarden aanbied..dit klinkt erg interessant en we besluiten voor de eerste dag paarden te regelen voor ons allemaal om op te rijden, en een ezel/paard voor onze bagage en een eigenaar. Het is ongelooflijk, maar het lukt! We verlaten Cachora en na eerst nog een uur door de vallei te hebben gestruind met onze backpacks, uren bij een cowboyachtig huisje (geheel van hout, met veranda, paarden enzo) in het gras te hebben gelegen en door musquito's te zijn gebeten, zitten we dan toch op onze paarden.. Half gallopperend rijden we door prachtige megagrote bergen met in de verte witte bergtoppen. Helaas wordt het te snel donker en moeten de paarden terug met een klein jongetje, en wij verder, in het donker naar onze campingplaats. Samen met Simon, de paardeneigenaar (een soort van goedkope gids in feite) lopen we met onze zaklantaarns de weg te zoeken, en dalen we een vrij steile berg af. Onderweg zien we nog een schorpioen en, werkelijk waar, een tarentula!!!!! Groot zeg!

Vermoeid van het vroege opstaan, het paardrijden en het lopen bereiken we een prachtige campingplaats, in de jungle!! Dit hadden we niet verwacht. Het is elf uur in de avond en het is ongelooflijk warm. Ook zitten er megagrote mieren overal, en we besluiten een lekker vuurtje te maken om alle gevaarlijke dieren te weren. En natuurlijk een lekker wijntje erbij te drinken! Pas om één uur 's nachts gaan we slapen, doodmoe.

Dinsdag 13 november

Om zeven uur gaan we op pad. Door de dichte jungle dalen we verder de berg af en bereiken een roodzanderig gebied met hoge, grote cactussen, waarvan sommigen in bloei staan met prachtig gele bloemen. Ik zie Oscar voor me uitlopen met zijn leren cowboyhoed en even krijg ik het gevoel of ik op de prairie loop. Dan bereiken we een grote wildstromende rode (!!!) rivier en aangezien het heel warm is gaan we erin zwemmen, ook al is het water totaal troebel! Als we met zijn vieren in de verfrissende rivier liggen, voel ik me even heel gelukkig als ik om me heen kijk: enorme hoge grote bergen met steile cliffen en in de verte hoog op een berg wat kleine witte vlekken die volgens Simon de Incaruïnes zijn!!! WAUW!! Ik voel me zo klein opeens. Vanaf de rivier klimmen we 1500 meter de berg op, en ik ben zielsgelukkig dat ik geen rugzak heb. Zwetend in de brandende zon lopen we langzaam de steile rotserige weg op, en rusten af en toe wat uit onder een boom. Gelukkig zijn er af en toe watervallen onderweg waar het heerlijk is je hoofd onder te steken om even af te koelen.

Na tien uur gelopen te hebben, met heel wat pauzes tussendoor en zelfs een kleine siësta, zien we dan eindelijk de ruïnes dichterbij komen. Grote stenen contouren van huizen doemen op in de verte, op de punt van een bergtop, op 3000 meter hoogte. Nog even doorstappen en we zijn er: ''de Incaruïnes van Choquequirau''. Doodmoe vallen we neer in de zon. Simon, onze Peruaanse 'gids', heeft echter nergens last van! We lopen door de 500-jaar oude stenen muren, waarvan het me nog onduidelijk is wat het allemaal voorstelt. Op het puntje van de berg ligt een terras met een stenen muur eromheen. Vanaf daar heb je zicht naar alle kanten over de bergen, met wolkenslierten ertussen, en kleine tekenen van gletjsers en dorpjes. Wat ons opvalt is dat zelfs de meest steile plekken zijn gecultiveerd tot akkers! We aanschouwen de zonsondergang op deze zeer unieke plek. Later koken we tussen de oude Incamuren een lekkere maaltijd van kaaschampignonsaus met groenten en pasta. Alls toetje hebben we popcorn en natuurlijk een heerlijk glaasje wijn. We kamperen op de oude terrassen met een schitterend uitzicht over groene valleien en megahoge toppen.

Woensdag 14 november

We worden gewekt door de brandende hitte van de zon. Na een heerlijk maaltje havermoutpap, wat vooral Oscar erg goed smaakt (niet echt), lopen we met stijve spieren de Incaruïnes in. We krijgen uitleg van een vriendelijke Peruaan die daar als archeoloog aan het werk is. Hij weet ons te vertellen wat alles is. In 1994 is een Fransman begonnen met het uitgraven van deze ruïnes, die verborgen waren onder wilde bosjes. Er is een offergedeelte te zien, waar we gister de zonsondergang hebben bekeken. Waarschijnlijk bouwden de Inca's hun dorp zo hoog om dichter bij de goden te zijn. Het is een echt stadje geweest, met werkplaatsen, leefruimtes en boven op een ander bergtopje een zeer interessant irrigatiesysteem. Douches en wc's zijn te zien, als ook opslagruimtes voor voedsel. Hij vertelt ons over twee kleine ruimtes waar twee verkozen knappe vrouwen uit het dorp voor tien dagen werden opgesloten om rein te worden. Daarna hadden ze sex met de priester, een soort ritueel. Ook was er een offertafelblad gevonden met het lichaam van een vrouw eruit gesneden. En dan te bedenken dat dit alles nog maar 500 jaar oud is!

Vol nieuwe frisse moed beginnen we aan onze weg terug: 1500 meter dalen. Omdat dit veel gemakkelijker gaat kunnen we veel meer van het uitzicht genieten. We lopen tussen gigantische bergtoppen naar beneden, richting het dal tussen twee bergen, waar de rode rivier stroomt. Na een paar uur lopen, stoppen we onder een houten afdakje, even uit de brandende zon. We maken een heerlijke salade klaar van de groenten die we nog over hebben, en krijgen van een toevallig passerende aardige Peruaan een brood aangeboden. We bieden ook Simon weer wat eten aan, die als altijd zielsgelukkig 'muchos gracias' zegt. Vlakbij is een waterstroompje tussen de bananenbomen. Na heerlijk gegeten en gedronken te hebben vervolgen we onze tocht. We spreken met Simon af dat wij wat sneller naar beneden lopen, zodat we nog even in de rivier kunnen baden en dat we hem daar dan weer treffen. Als dollen rennen Alex, Sabrina, Oscar en ik de steile bergweg af, tussen cactussen en aloëvera-vetplanten door, en duiken met een plof weer de verfrissende rode rivier in. Na Simon en het paard weer te hebben getroffen vervolgen we onze weg 600 meter berg op, naar de 'camping'. Die avond zingen we bij het kampvuur het Wilhelmus (!!) en later zingt Sabrina, met haar prachtige stem, een mooi Argentijns lied waar iedereen door ontroerd is, vooral Simon.

Donderdag 15 november

De laatste dag proberen we weer vroeg op te staan (volgens Simon moeten we echt rond zes uur weg, vanwege de hitte), maar het lukt ons niet. Rond acht uur zijn we eindelijk op pad, om vandaag zo'n 1000 meter bergop te lopen. Oscar en Alex, en natuurlijk Simon, gaan vlot omhoog, maar Sabrina en ik doen het wat rustiger aan. We zien grote condors boven ons vliegen, en langzaam zigzaggen we de berg op. Op de top kijken we nog even achterom naar de Ruines van Choquequirau, de besneeuwde bergtoppen op de achtergrond en de rode kronkelende rivier die nu heel klein lijkt.

Dan dalen we af richting het dorpje Cachora. Helaas hebben we geen eten meer, en dus voelen we ons allen behoorlijk slap. Als we een tijdje over een grote weg lopen, zien we ineens in de verte dat de weg weg is!?! Er is die nacht een lawine naar beneden gekomen die de weg heeft weggemaaid..Ongelooflijk! Zodoende moeten we een heel stuk omhoog klimmen, boven het begin van de zandlawine, en we kruipen door dicht struikgewas, prikkels en doornen heen, om na een klein uurtje nogal gehavend weer op de weg uit te komen! Uiteindelijk komen we bij het prairiehuis van Simon aan. We vallen uitgeput en uitgehongerd neer. Dan maken Sabrina en ik, omdat we toch nog zeker een uur moeten lopen, een drankje van veel cacaopoeder en suiker en natuurlijk bergwater. Het is heerlijk en de suiker houdt ons op de been.

Als we eindelijk wederkeren in het dorpje is Oscar in geen velden of wegen te bekennen. Alex, Sabrina en ik besluiten op een marktje wat zoete heetgebakken donuts te eten en een vreemd wit fruitdrankje te verorberen. Dan komt Oscar in zicht, met een pilsje in zijn hand en een pakje sigaretten. Hij ziet er gelukkig uit. Kennissen van Simon nodigen ons uit op hun erf en we krijgen een ENORM smerig drankje aangeboden, gemaakt van mais. Oscar weet zich eraan te onttrekken, door te beweren dat na bier zo´n drankje niet smaakt. Met frisse tegenzin drink ik een glas, om vervolgens nog tien glazen aangeboden te krijgen van mevrouw... Erg minder. De maaltijd die we krijgen smaakt overheerlijk al is het gewoon rijst met sla, en een bakje grote maiskorrels, gekookt, natuurlijk.

Na voldaan en hartelijk afscheid te hebben genomen van de familie (met foto!) en Simon, gaan we op zoek naar vervoer naar Cuzco, nog zo'n vier uur rijden van hier. We vinden een vrachtwagen vol winkelgoed, waar we bij in mogen. Tussen honden, kinderen en volle zakken met dingen (?!) hobbelen we weg. Helaas krijgt de vrachtwagen onderweg pech, maar zet zijn tocht, na zo'n drie kwartier oponthoud, toch verder. Een klein hondje kruipt op mijn schoot, wat lekker warm is in de koude wind, maar als ik op sta, voelt mijn hele broek nat. Erg minder, hondenpis! In een dorpje ongeveer een uurtje van Cuzco worden we afgezet. We nemen een taxi terug naar Cuzco, wat niet te duur is, al moeten er wel een hele dikke vrouw en een dronken man bij ons in, met zijn zevenen in een taxi!! Afgepeigerd en hongerig komen we in Cuzco aan, voldaan van al het moois wat we hebben gezien, met spierpijn in de benen!


Index

Ontvangst in Lima (Oscar) (17-11-2001)

Zaterdag 17 november

Na onze Inca-trek werd het tijd om weer verder te trekken. De bestemming was Lima. Vanuit Lima zou Hanke een bus rechtstreeks naar Quito, Ecuador (35 uur!) nemen om haar vriend Jeroen (aka Boes) te ontmoeten. Ik zou naar Huaraz gaan om een trek te lopen in de Cordillera Blanca met Alex. Van Mark (vriend van Inge) hadden we het telefoonnummer en emailadres (safeinlima@yahoo.com) gekregen van een Belg in Lima die voor ons dingen kon regelen. Dit hield met name in dat hij ons ophaalde, onderdak en eten had en een busticket naar Quito voor Hanke kon voorschieten. Een erg prettig idee als je bedenkt dat Lima niet de meest prettige stad is om als onwetende toerist met je rugzak rond te sjouwen. Maar eerst moesten we dus nog naar Lima...

Aangezien we niet zo´n trek hadden in weer een lange busreis (24 uur van Cuzco naar Lima), Hanke daarna nog een fijne 35 uur in een bus te gaan had en binnenlandse vluchten niet zo duur zijn besloten we om maar naar Lima te vliegen. Maar aangezien Hanke´s bus naar Quito op maandag de 19-de vertrok en alle vliegtuigen vol zaten werd het alsnog de bus....

Nu kun je in Peru op twee manieren een bus nemen. Je kunt gaan als de ´locals´: goedkoop maar minder comfortabel. Of je koopt een busticket wat twee keer zo duur is (maar nog niet overdreven veel) en dan reis je met andere toeristen (en een paar, kennelijk meer gefortuneerde, locals). Omdat vooral Hanke veel busuren in het vooruitzicht had boekten we de toeristenbus. Neemt niet weg dat we ook met deze bus pech onderweg kregen (lekke band), veel te weinig beenruimte hadden en dat het ´s nachts, precies toen we hoog door de Andes reden, van één uur tot de volgende ochtend ijskoud was in de bus. Bij een goedkope rit verwacht je dit en neem je je slaapzak mee in de bus maar nu lagen onze slaapzakken in de bagageruimte...

Met ongeveer drie uur vertraging en ietwat vermoeid kwamen we de volgende dag tegen de avond aan in Lima. Hier woont circa éénderde van de in totaal 24 miljoen Peruanen. Ruim zestig procent hiervan leeft zwaar onder de armoedegrens. Niet verwonderlijk dat Lima de grootste sloppenwijken van Zuid Amerika heeft. Mensen kunnen gratis een stukje grond toegewezen krijgen. Wat je dan nog nodig hebt is een paar golfplaten en ziedaar: weer een inwoner van Lima. Met zo´n armoede is het geen wonder dat Lima last heeft van criminaliteit, welke zich niet zelden richt op rijke toeristen. Rond de meeste toeristische plaatsen is echter zoveel politie op de been dat een toerist daar rustig rond kan wandelen. Toch trok het ons niet zo om een dag in Lima te spenderen. Bovendien was dit ook niet haalbaar aangezien Hanke de volgende dag direkt weer een fijne busreis voor de boeg had.

Heel erg toevallig kwam onze Belg (Jean Paul) net aanlopen bij de bushalte toen wij arriveerden, wat een luxe! We zijn direct in een taxi naar zijn appartement gegaan. Jean Paul maakte lekkere spaghetti terwijl Hanke en ik ons zeer wel vermaakten met nederlands leesvoer (De Gazet van Antwerp). Na een goede nacht in het appartement van Jean Paul, een ontbijtje en afscheid van onze Belg werd het tijd om Hanke uit te gaan zwaaien. Met een zeer comfortabele bus ging ze richting Quito, de volgende dag, ´s avonds zou deze daar aankomen: na maar liefst 35 uur in de bus! Ikzelf nam een paar uur later een bus naar Huaraz.


Index

Huaraz (Oscar) (19-11-2001)

Maandag 19 november

Twee uur nadat Hanke is vertrokken stap ik in de bus naar Huaraz. Ik zit in een heel luxe bus, de enige die 's middags richting Huaraz vertrekt. Wat ik allemaal aan armoede zie als we Lima uitrijden zal ik niet snel vergeten. We passeren talloze sloppenwijken met hokjes, afgescheiden van elkaar met golfplaatjes of bordkarton. Zoals gezegd kun je in deze sloppenwijken gratis een stukje grond toegewezen krijgen van een paar vierkante meter en dan moet je zelf zorgen voor de bebouwing, wat dus meestal ontzettend weinig voorstelt.

We rijden over de 'Panamericana' (snelweg langs de gehele westkust van Zuid Amerika) en net buiten Lima doorsnijden we een gigantisch grote zandduin van zo'n 100 meter hoog die helemaal doorloopt tot aan de zee. Je vraagt je af hoe het kan dat deze asfaltweg niet wegspoelt bij flinke regenbuien. Ik merk al gauw dat je, als je in je eentje reist, eerder contact maakt met de lokale bevolking. Zo krijg ik spontaan een slaapplaats aangeboden van een vrouw die zelf in Huaraz woont. Ik sla dit aanbod beleefd af. Waarschijnlijk wil ze gewoon wat extra geld verdienen en is ze ontzettend gastvrij maar ik heb besloten dat ik, nu ik in mijn eentje reis, even geen zin heb om me in 'onzekere' avonturen te storten. Mijn kennis van het Spaans breng ik in de praktijk met een vriendelijke, oudere man, die onderwijzer in Huaraz blijkt te zijn. Ik merk dat na twee maanden mijn Spaans wel goed genoeg is voor ditjes en datjes maar dat een 'echt' gesprek heel erg moeizaam gaat. Na bijna 200 kilometer de Panamericana in noordelijke richting te hebben gevolgd rijdt de weg het binnenland in, op weg naar de Andes toppen. Voor het uitzicht begint het helaas te donker te worden maar aan boord is, zoals op veel bussen in Peru, gezorgd voor vermaak: deze luxe bus heeft ''mission impossible 2'' op het videoprogramma staan. Erg grappig dat de film in het Engels is en de spaanse ondertiteling niet werkt, met als gevolg dat ik de enige in de bus ben die de film kan volgen. Maar ook aan mij is deze film niet zo besteed: halverwege val ik half in slaap, dromend van wat me nog te wachten staat... Tegen tien uur 's avonds bereik ik Huaraz en ga op zoek naar een hostel. Die ik uit de Lonely Planet had gepikt bleek er niet meer te zijn. Niet geheel op mijn gemak in mijn eentje, met al mijn spullen en in een vreemd stadje, loop ik wat gehaast heen en weer op zoek naar een goed alternatief. Uiteindelijk beland ik ergens op een donker pleintje in een niet erg populair, te oordelen naar het feit dat ik volgens mij de enige gast ben, onderkomen. Snel dump ik mijn spullen en ga nog even het stadje in om wat te eten. Gelukkig is er zo laat nog wat te krijgen en daarna wordt het tijd om mijn bed op te zoeken.

Dinsdag 20 november

De volgende dag via email vernomen dat Hanke veilig en wel in Quito is aangekomen, waar Boes al een hostel had geregeld. Voor mij wordt het tijd om Alex te ontmoeten. Ook via de email verneem ik dat hij vanwege nogal wat busproblemen een dag later in Huaraz zal zijn. Wederom via de mail verneem ik dat Esther, Inge en Mark nog in Huaraz zijn en we spreken af om wat te gaan eten. Toch handig die electronische communicatie op reis. Goed om hun weer te zien, zeker zonder Hanke deed Huaraz wat saai aan... Verder helpen ze mij aan een veel beter hostel waar ik de volgende dag in zal trekken. Als ik ´s avonds naar mijn hostel ga blijkt Alex inmiddels gearriveerd, eigenlijk nog eerder dan ik had verwacht.


Index

De alternatieve Santa Cruz trek (Oscar) (20-11-2001)

Woensdag 21 november

Alex en ik besluiten wat informatie te vergaren m.b.t. de Santa Cruz trek, een trek van ongeveer vier dagen die we willen gaan lopen. Uit de Lonely Planet hadden we al vernomen dat een meerdaags verblijf in nationaal park ´Cordillera Blanca´ (met o.a. de Santa Cruz trek) maar liefst zo´n slordige 50 gulden kost....Op zich hebben we wel wat over voor een nationaal park maar dit bedrag is absurd, zeker als je bedenkt dat het meeste geld waarschjnlijk in de zakken van de ´park rangers´ verdwijnt en niet ten goede komt aan het park. Zaak dus om de controles te omzeilen en misschien dat ze ons bij een ´agency´ kunnen helpen. De eigenaar van ´EuroInca´ blijkt zeer welwillend ons te helpen. Niet gehinderd door een gezonde dosis hekel aan de park rangers met hun hoge toegangsprijs (die weer de prijs van georganiseerde treks voor de ´agencies´ opdrijft) wees de beste man ons de controlepost aan en hoe we het beste de bus konden nemen om deze te omzeilen. Ook vertelde hij ons op welke campingplaatsen de park rangers meestal rondhingen en raadde hij ons aan uit het zicht te kamperen (met onze knalblauwe tent...:).

Gewapend met deze kostbare informatie werd het tijd voor het inslaan van de benodigde etenswaren e.d.. Na de lessen van onze Inca-trail eerder die week waarbij het eten wel erg karig was kochten we een behoorlijke voorraad van het gebruikelijk trekvoer (mueslie-bars, chocola, pinda´s, mueslie, melkpoeder, soep, brood, pasta, wijn en zuurtjes).

Verder had ik nog een probleem dat de camera die ik voor 75 piek in La Paz had gekocht het al een tijdje niet deed en ook niet echt te repareren leek. Gelukkig was een fotowinkel bereid mijn kapotte camera te ruilen voor een zeer primitief exemplaar welke me echter prima leek. Geheel handmatige bediening natuurlijk inclusief terugdraaien van een volle film, het betere fotografeerwerk!

Op een gegeven moment werd het tijd om een bus te regelen die ons de volgende ochtend naar het plaatsje Chacas zou brengen. Na heel wat keer heen en weer gestuurd te zijn door verschillende mensen en een paar keer door dezelfde straat (waar de buscompany moest zijn) en na ook nog even een pauze om een biertje te drinken vonden we uiteindelijk toch de buscompany. Om aan te geven hoe raar hier dingen soms kunnen zijn: ons busticket konden we kopen in een kapperszaak. Toen we de tickets kochten moest ik ineens van de ingang van de zaak weg: iemand op een motor kwam deze vrolijk binnenrijden om 'm ergens tussen de kappersstoelen te parkeren (er werd niemand geknipt, dat scheelt...). Die avond maar op tijd naar bed gegaan, de volgende ochtend zou onze bus om half zeven vertrekken.

Donderdag 22 november

Soms heb je van die dagen...... Normaal ga je via het plaatsje Yungay naar het plaatsje Yanama voor het begin van de Santa Cruz trek. Maar dan val je dus recht in de armen van de park rangers en kun je betalen. Onze bus die de controlepost zou omzeilen had het plaatsje Chacas als bestemming. Natuurlijk vertrokken we niet op tijd zodat Alex en ik nog ergens wat koffie konden scoren. Na drie kwartier vertraging vertrokken we dan. Na vijf minuten echter stonden we weer stil omdat kennelijk iemand nog ontbrak. Een half uurtje wachten hielp niet, onze vermiste passagier bleef vermist, dus toen toch maar weer verder. Via Chacas zouden we relatief eenvoudig in Yanama moeten kunnen komen, het begin van de Santa Cruz trek. Halverwege de rit, midden tussen de bergen van de Cordillera Blanca, wees een medepassagier ons op de mogelijkheid om vanuit dat punt naar Yanama te lopen. Aangezien wij Chacas in ons hoofd hadden en de kaart van de omgeving nog niet goed bestudeerd hadden waren wij niet van deze mogelijkheid op de hoogte. De kaart lag echter onbereikbaar bovenop de bus zodat we volledig afhankelijk waren van de visie van de Peruaan. Iets wat tot nu toe in Peru (en Bolivia) nog niet echt bevallen was en zoals later meermalen zal blijken nooit echt prettig is, om het voorzichtig te zeggen...De brave man zei dat het wel een wandeling door de bergen van `tien uur was. Dit leek ons wel wat erg veel en we zeiden dat we wel vanuit Chacas naar Yanama zouden gaan, lopend, liftend of met een bus. Dit was volgens dezelfde persoon ook een goede optie en geen probleem.

Na weer eens een superslingerend ritje door de bergen (via haarspeldbochten 1000 meter omhoog) bereikten we tegen de middag Chacas. Al snel bleek dat er totaal geen verkeer naar Yanama ging en dat lopen geen optie was (te ver).....Na wat rondvragen bleek dat we het beste een ´collectivo´ (mini-busje) naar San Luis konden nemen. Vanuit dat dorpje was het geen probleem om naar Yanama te komen. Tegen twee uur 's middags konden we met het busje mee. Na een uurtje bereikten we het dorpje Cochaca. Van daaruit was het ongeveer zes uur lopen naar Yanama maar we besloten toch maar tot San Luis te blijven zitten. Het was immers vanuit San Luis geen probleem om vervoer naar Yanama te vinden. Eenmaal in San Luis aangekomen bleek ook hier helemaal niets naar Yanama te gaan. Een hosteleigenaar beweerde dat in de ochtend wel een ´collectivo´ die kant op zou gaan (en dan konden wij mooi die nacht in zijn hostel slapen...). Andere mensen beweerden weer dat pas over twee dagen ´iets´ die kant op zou gaan en weer andere mensen beweerden.....Uiteindelijk bleek één iemand over de wellicht beste tip te beschikken: we konden het beste twee uur lopen naar een kruising met een andere weg waar om elf uur 's avonds een bus zou komen richting Yanama. Die twee uur bleek uiteindelijk vier uur....rond half negen 's avonds kwamen we bij de kruising aan. De eerste keer in Zuid Amerika dat ik het niet zo had op honden: we werden warm onthaald met luid geblaf. Er bleek zich één huis in de buurt te bevinden en zelfs toen Alex zijn hoofd door de open deur stak en zag dat er mensen binnen waren (die op hun beurt ook niet om Alex heen konden) kwam men toch niet naar de deur......Vanuit het duister kwam over de weg ineens een man aanlopen waarvan we eerder niet hadden kunnen zien of het een steen, stuk hout of een hurkend persoon was. Dat bleek dus het laatste en maar goed dat we er net niet eerder die steen (tegen de honden) naartoe hadden gegooid om te ervaren wat we werkelijk zagen! Enfin, met onze hoofdlampjes op een brug een lekker soepje gemaakt en daarna, al genietend van de sterrenhemel, wachten op de bus. Deze zou volgens de man (het enige wat we van hem meekregen) rond tien uur 's avonds komen. Tegen tien uur werden we opgeschrikt van lichten in de verte. Het naderende voertuig was echter niet de bus maar een vrachtwagen. Wat te doen: de chauffeur was niet goedkoop en zou de bus bovendien wel om tien uur komen en niet om elf uur, zoals men in San Luis beweerde, of misschien wel helemaal niet? Ik had al wat geld aan de uitgestoken hand van de chauffeur gegeven maar wou het terug omdat we het toch te duur vonden en wilden gokken op de bus. De chauffeur hield zijn hand echter stijf dicht zodat ik mijn geld niet terug kon pakken en gebaarde haastig, onder het roepen van ''nada bus, nada bus'' (dat er dus geen bus zou komen), dat we bovenop de vrachtwagen plaats moesten nemen. Aangezien ik m´n geld toch niet terug zou krijgen en enigszins geïntimideerd door de chauffeur kropen we op de vrachtwagen. Bovenop bleek een personenauto met daarin slapende mensen en op de motorkap lag ook nog een jongetje van een jaar of twaalf....Ik kroop daarnaast op de motorkap en Alex ging ergens anders (?) op zitten. We waren nog niet weg of we zagen achter ons in de verte koplampen: de bus!

Het was nu echter te laat en ach, een uurtje naar Yanama in de open lucht was zo erg nog niet. Alex werd echter misselijk van de stank van dat ´iets´ waar hij op zat, een lucht van iets doods. Ik had het ook al niet: dacht je in Bolivia enge, smalle, bergwegen gehad te hebben, deze weg was geen haar beter inclusief het forse rijgedrag van de chauffeur, met een constant zicht op donkere, zeer diepe afgronden, hield ik mijn hart vast. Echter na gewisseld te hebben met Alex (mijn neus zat dicht) had ik ook zicht op de weg en dat hielp enigszins... Het kon er nog wel bij dat we onderweg werden ingehaald door maar liefst twee bussen en de chauffeur geen moeite nam om ons over te hevelen. Het tripje van één uur duurde bijna twee uur omdat de chauffeur nogal te tijd nam om onderweg nog wat goederen in te slaan en te tanken. Net genoeg tijd om het laatste stuk in de regen door te brengen. Wij hadden onze regenjassen binnen bereik maar dat arme jongetje op de motorkap onder een dun stoffen dekentje.....en dat op een hoogte van 3600 meter.... Eénmaal in Yanama kostte het ons nogal wat moeite om de chauffeur te overtuigen dat we nog vijf kilometer verder mee wilden, dan hadden we een plek om te kamperen en bovendien was dat dichter bij de start van de trek. Na nog gauw twee appels vanaf de truck ons toegeeigend te hebben konden we tegen één uur 's nachts ons tentje opzetten en gaan slapen: klaar voor de trek.

Vrijdag 23 november

'Warm onthaald' door kinderen die stenen op onze tent gooiden werden we wakker. Van een afstand stond een heel trosje kinderen ons argwanend aan te staren. Natuurlijk gepaard gaand met ´caramello, caramello´ (wat betekent dat ze snoep willen). Voordat we echt bij het begin van de trek (het plaatsje Colcopampa) zouden zijn hadden we eerst nog een wandeling van twee uur langs allerlei andere, zeer kleine, dorpjes. De mensen en kinderen hielpen ons min of meer het goede pad te houden en met zicht op Colcopamba vroeg ik iemand langs de kant van de weg of er een winkeltje in dat dorp was. Dat was er inderaad en die persoon was de eigenaar. Met hem meelopend bereikten we Colcopamba en kon ik mijn sigaretjes kopen :). Het bier was koud dus nog even wat drinken voor het begin van de trek was een uitstekend idee. Rond één uur gingen we weer verder. Net buiten Colcopampa werden we vergezeld van een hele horde kinderen ("caramello", "caramello") die een hele tijd met ons meeliepen. We passeerden nog een huis met het opschrift dat we ons moesten registreren (een controlepost en dus ca. 50 gulden) maar gelukkig bleek daar niemand thuis en konden we ongehinderd doorlopen. Al lopend door een vallei met in de verte flinke bergen kwamen we nog één groepje toeristen tegen. De regen en het invallen van de avond deed ons besluiten om iets minder ver dan gepland onze eerste campingplaats te zoeken. We vonden een mooi plekje vlakbij een spiegelend meertje. Op een hoogte van ca. 4100 meter was het akelig koud maar eenmaal in onze tent al snel aangenaam. De twee liter wijn die we bij ons hadden konden we weerstaan: het plan was die de volgende nacht op te drinken als we bij een gletsjermeer en de Alpamayo zouden kamperen.

Zaterdag 24 november

Dit zou de dag van de Alpamayo moeten worden. Veel gezien op ansichtkaarten en posters en volgens velen, samen met de Ana Dablam (of zoiets) en de Matterhorn de mooiste berg ter wereld met een hoogte van 5947 meter. Eerst moesten we nog een kleine pass over: Punta Union. Onderweg werden we wederom schokkend getroffen door afval (plastic flessen, blikjes e.d.) her en der verspreid op de trek. Als ze die 50 piek nu eens gebruikten om de trek hiervan te ontdoen... Bovenop de pass was het uitzicht nog helder en zeer indrukwekkend: vlak naast ons een zilverkleurige gletsjer met een turquoise gekleurd meer en in de verte de vallei die we nog te gaan hadden. Het lukte de zon maar niet om helemaal door te breken en na ruim een uur bovenop de pass doorgebracht te hebben werd het toch te koud en besloten we om weer verder te trekken. Flink doorstappend bereikten we het begin van een kleine klim (middels een 'shortcut' konden we een daling en dito stijging van 400 meter voorkomen) naar een gletsjermeer op 4600 meter. Toen we er bijna waren begon het wel heel hard te hagelen. Tot onze verwondering en opluchting bleek er bij het meer een 'refugio' (schuilhutje) te staan! Dat was nog eens een meevaller, het zou namelijk niet meegevallen zijn een geschikte plek voor onze tent te vinden. Het hutje lag vol met lege dozen met als opschrift: explosivos. Tijd om een kaarsje te ontsteken. Lekker droog en we waren de koning te rijk op onze stoelen gemaakt van de kartonnen dozen. Na wat opgewarmd te zijn, zijn we bij het gletsjermeer gaan kijken. Een meer van ongeveer één vierkante kilometer met veel groenblauw ijswater en twee grote ijsblokken erin. Terug in onze hut hoorden we het geluid van een lawine. Toen we daarna weer naar het meer keken was al het water weg en was het hele meer bezaaid met blokken ijs!! We waren net, zij het alleen hoorbaar en helaas niet visueel, getuige geweest van een wel heel flinke lawine, heel apart. Eenmaal terug in onze hut was het toch wat kouder, maar gelukkig lagen er voldoende dozen. Een kampvuurtje was zo gemaakt en dat warmde ons lekker op. Wijntje erbij en we voelden ons goed. Zo speelden we ongeveer twee uur met ons vuurtje wat tevens onze regenjassen en rugzakken droogde. Nadeel was wel dat de ietwat vochtige dozen zorgden voor behoorlijk veel rook. Uiteindelijk werd het tijd voor een lekker soepje met noodles en de tweede fles wijn. Daar de hut hier en daar wel wat lekte besloten we om in de hut de tent maar op te zetten, dat paste precies. Met nog een bodempje wijn resterend kropen we moe maar voldaan in onze slaapzakken, de wekker op twaalf uur 's nachts.

Zondag 25 november

Ik had expres zo vroeg de wekker gezet om te kijken of de nacht rond twaalf uur helder zou zijn zodat een meer dan halfvolle maan zijn licht misschien wel op de Alpamayo zou schijnen. Helaas was het nog steeds bewolkt, de wekker maar naar vijf uur gezet. Toen was het wel helder maar meende ik dat de Alpamayo toch nog in de wolken zat dus maar weer gaan slapen. Om zeven uur stonden we uiteindelijk op en bleek het een superheldere, blauwe ochtend te zijn! Op de plek waar we dachten dat de Alpamayo moest zijn stond echter een heel andere, 'gewone' berg. Aan de andere kant van de vallei stond een prachtige driehoekvormige berg die veel meer weg had van de Alpamayo. Na uitgebreid de kaart bestudeerd te hebben bleek dat de 'gewone' berg toch de Alpamayo moest zijn.....de foto's die je overal op posters en ansichtkaarten van deze berg ziet zijn allemaal van de andere kant genomen, waarvandaan hij zich wel als een prachtig gevormde driehoek laat zien.....Nam niet weg dat de ochtend prachtig was. De perfecte driehoek aan de andere kant van de vallei bleek ook nog eens ca. 300 meter hoger te zijn dan Alpamayo. De gletsjer en de hoge pieken rond het gletsjermeer waren ook schitterend. Kijkend naar het meer kon ik nog steeds niet geloven hoe dit veranderd was vergeleken met vóór die lawine. Ik twijfelde zelfs aan mijn waarnemingsvermogen maar Alex had toch precies hetzelfde gezien! Na uitgebreid in de zon alles wat nog nat was gedroogd te hebben, lekker ontbeten met muesli en genietend van alles om ons heen werd het rond elf uur tijd om verder te trekken. Het weer begon ook te veranderen en al snel liepen we in de regen. We hadden zo'n 15 kilometer te gaan naar onze volgende campingplek. We liepen een fors tempo door de vallei in de stromende regen. Na een tijdje waren we het pad een beetje kwijt en kwamen we steeds meer tussen rivieren en kleine meertjes, groter gegroeid door de regen. Op een gegeven moment moesten we tot onze knieën in het water een klein riviertje oversteken om verder te kunnen. Daarna dacht ik wel over een ander stroompje te kunnen springen maar brak de oever aan de andere kant, die ik net haalde, af en belandde ik met één been geheel in het water. Uiteindelijk vonden we een ander pad wat ook de goeie kant op ging maar eerst hadden we nog een lunch, schuilend onder een huizenhoog rotsblok.

Eenmaal verder lopend door de regen besloten we om maar niet meer te kamperen en door te lopen naar het eindpunt van de trek, wat zich zo'n acht kilometer van onze beoogde campingplaats bevond. We zouden tegen zes uur bij het eindpunt, het dorpje Cachapampa, aankomen. Dan zou het al een beetje donker zijn en we gokten dat de controlepost dan wel onbemand zou zijn. De laatste twee uur lopen waren heel apart. We liepen in de regen en het werd steeds mistiger. We volgden een rivier die heel erg, bijna eng, woest door de vallei stroomde en liepen tussen huizenhoge rotsblokken, cactussen, hoge bomen. Dit alles mystiek gehuld in de dikke laag mist, net alsof ik door een soort sprookjesbos liep. Uiteindelijk bereikten we rond zes uur Cachapampa en behalve een bord dat aangaf dat je niet moest vergeten jezelf te registreren was er verder niets van een controlepost merkbaar. Snel doorstappend om maar geen mensen die misschien wel controleurs waren tegen te komen liepen we het dorp uit totdat we het veilig genoeg vonden: onze 'gratis' missie was geslaagd! Bij een familie met veel enthousiaste kinderen wachtten we op een minibusje wat ons naar Caraz zou brengen. Eenmaal in Caraz deden we ons tegoed aan een flink maal en gingen we vroeg naar bed. De mooie, natte, Santa Cruz trek zat erop.


Index

Een dagje ijsklimmen (Oscar) (24-11-2001)

Maandag 26 november

Deze dag kwamen we weer terug in Huaraz en aangekomen bij ons hostel bleek Sabrina inmiddels ook gearriveerd te zijn. Zij was wat langer in Cuzco gebleven om nog naar Machu Picchu te gaan, iets wat ze zichzelf echt had voorgenomen om te zien. Alex had via iemand vernomen dat je ergens een dagje kon ijsklimmen voor tien dollar! Net voordat we met z'n drieën naar Ecuador zouden gaan, waar we op het strand van Montanita Hanke en Boes zouden ontmoeten, leek ons dit wel een leuk uitstapje. Alex had ervaring met ijsklimmen (hij was tenslotte ook zonder gids de Huayna Potosi bij La Paz, samen met Thomas, opgeklommen). Sabrina en ik hadden dit nog nooit gedaan. Bij het reisbureautje ''Euro-Inca'' kon dit geregeld worden. Dit was ook het reisbureau dat ons de tips had gegeven met betrekking tot de controles op de Santa Cruz trek. Toen we echter bij Euro-Inca aankwamen was er een hevige rel gaande tussen de eigenaars van Euro-Inca en een groepje toeristen. Dit bleek dezelfde groep te zijn die we hadden ontmoet op de Santa Cruz trek. Ze bleken met acht man 700 dollar (!) te hebben neergeteld voor de Santa Cruz trek. De tenten bleken echter lek en het gas om te koken was de derde dag al op. Dit had tot gevolg dat de groep het ijskoud en ontzettend hongerig had gehad....Nadat ook nog eens bleek dat de eigenaar waanzinnig driftig werd besloten we om maar niet met deze lui in zee te gaan. Zeker met ijsklimmen moet je 100 procent kunnen vertrouwen op je materiaal en op de begeleiding, beiden leek hier toch niet echt het geval te zijn. Maar niet getreurd, Huaraz is het centrum van de Cordillera Blanca en een andere agency was zo gevonden (tegenover Euro-Inca). Deze konden ons wel overtuigen van hun goede kwaliteit gidsen en materiaal. We waren al heel wat leugens gewend maar toch maar voor een paar dollar meer een dagtripje geboekt. De afspraak was dat als er nog wat mensen bij onze groep kwamen, we hadden met z'n drieën (Alex, Sabrina en ik) geboekt, de prijs nog wat zou zakken. Na al dit geregel een video en bier gehaald om in het hostel lekker onderuit te zakken. Die dag gingen we op tijd naar bed, onze gids zou ons om half zes 's morgens ophalen voor vertrek. Zo vroeg omdat rond deze tijd de ochtenden nog meestal mooi en helder zijn maar dat in de middag er meestal regen of sneeuw komt.

Dinsdag 27 november

Onze gids was maar tien minuten te laat. Wel had hij de mededeling dat er op het laatste moment nog zes Israeliërs bijgekomen waren. Dat was geen probleem, we zouden met een extra touw gaan, zodat we de groep in tweeën konden delen om zo alsnog voldoende te kunnen klimmen. Echter de Israliërs bleken nog te slapen en moesten 's morgens nog al hun spullen pakken. Toen ze na ruim een uur eindelijk bij de auto kwamen kon er nog geen 'sorry' vanaf. Het was ongeveer twee uur rijden naar de ijsmuur en de gidsen besloten, ter compensatie van de grote groep, ons ontbijt te betalen. Hiervoor stopten we onderweg bij een restaurantje. Ook hier namen de Israliërs nogal hun tijd voor alles. Na weer ruim een uur oponthoud vervolgden we onze weg richting ijsmuur. Onderweg passeerden we volgens onze gids de 'grootste cactussen ter wereld'. Heel mooi en indrukwekkend groot met vooral een grote ronde bol aan de onderkant. Maar ik meen, qua hoogte, toch nog net wat kleiner dan de cactussen die we in Uyuni hadden gezien. Na steeds hoger geklommen te zijn met onze jeep komen we uiteindelijk aan bij de ijsmuur, het is inmiddels twaalf uur geweest...

Het ijsklimmen zelf blijkt heel leuk en knap vermoeiend te zijn. Je kunt je agressie heel goed kwijt door je ijspicks flink hard in het ijs te meppen. Sabrina blonk uit in doorzettingsvermogen en wist ook de twaalf-meter hoge, loodrechte, muur te bedwingen. Alex kwam niet toe aan het gebruik van zijn voorklimhaken, daarvoor was het ijs te bros. Na zo een paar uurtjes bezig geweest te zijn hadden de Israeliërs geen zin meer en de meesten vertrokken richting de jeep. Op het programma stond ook nog een tripje naar een ijsgrot en een Israeliër had zowaar het lef om tegen Alex, bezig voor een derde keer de ijsmuur te bedwingen, te roepen dat ie wat haast moest maken....nou ja, het lef na alles wat er die ochtend was gebeurd! Ik spreek hier met name steeds van Israeliërs. Zonder generaliserend te willen zijn moet ik toch wel zeggen dat je die lui in groepen beter kan vermijden op je reis. Dit wordt door zo'n beetje iedereen bevestigd, ook door Israeliërs zelf die er bewust voor kiezen om alleen, of met z'n tweeën te reizen. Er zijn zelfs hostels speciaal voor Israeliërs omdat niemand met die lui in een hostel wil zitten...Het is iets raars, het heeft te maken met arrogantie, egoïsme...We hebben naar flink wat oorzaken zitten zoeken waarom juist deze bevolkingsgroep zo slecht ligt bij andere nationaliteiten op reis. Wat volgens ons nog het meest in de buurt kwam was de volgende verklaring: opgroeiend met alleen maar vijandige landen aan de grenzen ontwikkel je vanzelf een zekere mate van 'overlevingsdrang'. Dit uit zich dan weer in arrogantie en egoïsme. Wel erg kort door de bocht deze 'psychologie van de koude grond' maar iets 'treffenders' konden we niet verzinnen. Enfin, na nog even de ijsgrot bekeken te hebben keerden we terug naar Huaraz.

Eenmaal weer in Huaraz gingen we onze spullen inleveren bij de agency. Alex had vier 'voorklimhaken' gehuurd maar had deze, buiten zijn eigen schuld, niet kunnen gebruiken. Ten eerste was het ijs veel te bros waardoor voorklimmen te gevaarlijk was (dit moest de agency weten) en ten tweede was er ook geen tijd voor geweest vanwege alle vertragingen die ochtend. Toch kreeg Alex zijn geld niet terug voor die haken. Ook al was het maar een paar dollar, maar voor ons was het meer een principe-kwestie. Op een gegeven moment zei ik dat dat in Nederland toch wel een stukje beschaafder ging maar dat hielp ook niets. De eigenaar zei vrolijk dat ik niet het recht had om, komende uit Nederland, te oordelen over hun handelswijze en voegde daar heel eerlijk aan toe: "we don't give back the money, we are just dogs". En eigenlijk had ie ook wel weer gelijk. Tenslotte werd alsnog het 'verlies' van Alex door beide partijen eerlijk gedragen maar als ik Alex was geweest hadden ze het geld mooi mogen houden: ze waren tenminste wel eerlijk! Na deze verhelderende kennismaking met de Peruaanse mentaliteit stond niets ons meer in de weg om verder te reizen naar Ecuador voor een reünie met Hanke en Boes. Niets geen kou, regen en sneeuw meer maar 35 graden, zon, zee en strand!


Index

Thermales de Pappalacta (Hanke) (24-11-2001)

Maandag 19 november

Na Oscar achtergelaten te hebben in Lima, stap ik in een sjieke bus die rechtstreeks naar Quito gaat, Ecuador, maar liefst 35 uur zitten. Tegen onze verwachting in zit ik in een bus vol Peruanen, allemaal op weg naar Venezuela, wat vier dagen in de bus zitten betekent. Ik mag dus niet klagen!

Dinsdag 20 november

Onderweg word ik onderhouden door Peruaanse mannen in de bus, die er op staan bij onze stops onderweg ontbijt en lunch voor me te kopen en me uitnodigen aan hun tafel. Ik heb geen tekort aan vriendelijke gesprekjes in de bus, en mijn Spaans gaat er zeker op vooruit. Genoeg afleiding dus om de busreis snel te laten verlopen, zodat ik alleen de laatste drie uur naar Quito langzaam voorbij zie gaan. Boes is al in Quito aangekomen en de gedachte hem daar te zien en nog drie uur te moeten wachten, maakt me gek. Eindelijk zie ik Quito liggen in het donker..honderden lichtjes in een groene vallei....al duurt het dan nog zeker een half uur voor ik er echt ben.

Het weerzien van Boes na twee maanden is fantastisch. Na drie dagen samen in Quito te zijn verbleven, en beter te zijn geacclimatiseerd (Quito ligt op 2600 meter), besluiten we richting het oosten te reizen, naar de 'Thermales de Pappalacta', natuurlijke heetwaterbronnen gelegen tussen de bergen. Dit moet erg prachtig en relaxed zijn!

Zaterdag 24 november

Met onze rugzakken en tent op de rug stappen we in een taxi. 'Volgens de meter', zegt de chauffeur, als we een prijs proberen af te spreken. Nou, dat hadden we beter niet kunnen doen...want of hij reed om, of de meter klopte niet, in elk geval moesten we teveel betalen. Op het busstation aangekomen, zien we een grote hal vol kleine kraampjes met daarachter mensen die gillend roepen "Riobamba, Riobamba", of welke plaats in Ecuador dan ook. Na wat vragen vinden we al snel een bus richting Pappalacta die binnen een uur vertrekt. Mooi. Even afdingen en voor $2.50 twee uur in de bus zitten..wij zijn er blij mee, al betaal je als toerist toch altijd het dubbele van de locals. We vermaken ons tijdens het wachten met het uitproberen van allerlei lekkernijen, die oude vrouwtjes met hoedjes op en volgeladen manden aan ons verkopen. Een heet broodje met kaas erin, en een zoet bananendeeghapje. Best lekker. Dan stappen we in de bus, en na nog geen vijf minuten stormen tig straatverkopers de bus in (van 8 tot 50 jaar oud), en proberen flesjes cola, gezouten harde tuinbonen, bananenchips, appels of wat dan ook te verkopen. Op een gegeven moment zie ik vanuit mijn ooghoek één verkoper met zijn hand langs het bagagerek glijden en hij pakt een soort fototasje van een Duitse toerist beet. De toerist ziet het, pakt zijn tasje en slaat de jongen op zijn gezicht!!! De jongen laat los, maar voordat hij de bus uitloopt, grijpt hij opnieuw naar de tas...de Duitser ook. Even vechten ze wederom om de tas, tot de verkoper uiteindelijk opgeeft. Dit alles gebeurt in enkele seconden. Daarna volgt een licht geroezemoes in de bus. Zo gaat dat dus. Geen echte moraal in Ecuador wat stelen betreft. Zeker niet na de 'Dollarisatie', waardoor veel mensen nog armer zijn geworden: mensen blijven hetzelfde verdienen, maar alles is duurder. Tja, en dan als arme Ecuadoriaan zie je opeens blanke toeristen met dure zonnebrillen, trendy kleren en volgestouwde rugzakken. De tegenstelling lijkt te groot. En vaak voel ik me hier te rijk, een gevoel wat ik in Nederland nooit heb gehad!

Na een uur of twee rijden door schitterend groen bebost berglandschap, over passes van boven de 4000 meter, door lava gevormd landschap, met mistige wolken slingerend tussen de bergen, bereiken we het dorpje Pappalacta. We hadden eigenlijk 1,5 kilometer ervoor eruit gemoeten, en nu moeten we dit dus extra lopen. Dan zien we naast de weg een groot bord staan ''Thermas de Pappalacta'', hier moet het zijn. Na nog zo'n twee kilometer bergop gelopen te zijn, bereiken we de resort. Het is werkelijk ontzettend luxe hier ($25 voor één nacht!!!), maar gelukkig kunnen we ook voor $6 kamperen. Na de tent opgezet te hebben op een klein grasveldje naast een wilde rivier met een klein stroompje heet water (!!), gaan we naar de hot springs toe. Er is bijna niemand, en vóór ons zien we verschillende baden, van groot tot klein, van heel warm tot ijskoud, van tussen natuurlijke stenen in het groen liggend, tot zwembadachtige baden met hete douches en watervallen. Het is een klein paradijsje. Zwetend in één van de heetste baden trekt langzaam de bewolking weg, en krijgen we een glimp te zien van de besneeuwde vulkaantoppen in de verte. Dit is pas relaxed!! Na vier uur te hebben doorgebracht in ijskoude baden afgewisseld met hele hete, gaan we eten in het sjieke 'resort' restaurant. Voor 25 gulden per persoon krijgen we een eigen kacheltje bij onze tafel en heerlijk eten! In ons tentje vallen Boes en ik uitgeteld in slaap.

Zondag 25 november

De volgende morgen ontwaken we vroeg van de hitte op onze tent. Als we naar buiten kijken, is de lucht helderblauw, en zien we de besneeuwde vulkaantoppen perfect schitteren in de zon! Om ons heen reiken dichtbegroeide bergen hoog de lucht in. Die dag zitten we van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in de hete zon te badderen, op 3300 meter hoogte: Ongelooflijk! Vandaag is het echter stukken drukker, het is zondag en de Ecuadorianen zijn vrij. Hele families zitten naast ons, en aangezien we één van de weinigen toeristen zijn, zijn we erg interessant voor ze. Boes is echt een ware attractie met zijn witte huid en witte haren. Kletsend en badend als in een sauna verstrijkt de dag. We horen van een Peruaan dat in de buurt honderden schitterende bergmeren zijn, nog geen drie uur lopen hiervandaan. De volgende ochtend besluiten we al vroeg dit pad te gaan zoeken, maar tevergeefs. We belanden in het kleine dorpje Pappalacta, waar ook niemand weet welk pad we moeten hebben. Al rond zeven uur zijn de mannen en vrouwen in de weer met hun kleine winkeltjes en restaurantjes. We nemen een koffie daar in de vroege ochtendzon, naast wat ezeltjes op de weg en een dikke aanhankelijke hond. Na de vriendelijke bewoners zo ongeveer allemaal goeiedag te hebben gezegd ("Hola", "Que tal?"), wordt het tijd een bus terug te gaan nemen naar Quito. Helaas rijden er om de één of andere reden geen bussen, en dus wachten Boes en ik, terwijl ik een Nederlandse krant lees die Boes heeft meegebracht. Hier in Zuid-Amerika krijg je toch weinig mee van de oorlog tussen Amerika en Afghanistan.. Na nauwelijks een auto voorbij te hebben zien komen in een paar uur tijd, stopt dan eindelijk een pick-up wagen vol bewakers. We mogen achterop. Met onze haren in de wind razen we over de bergen, met af en toe een klodder slijm in ons gezicht van de rotweiler vóór ons. De bewakers proberen ons te vertellen dat we geluk hebben dat we een lift krijgen, omdat er tot vanavond geen auto's rijden. De reden waarom begrijpen we niet. Als we in Quito aankomen wordt het ons duidelijk: er is vandaag een grote volkstelling in Quito (de vorige was tien jaar geleden), wat betekent dat iedereen thuis moet blijven om geteld te worden en ondervraagd over hoeveel geld ze hebben, wat voor werk ze doen etc.. Er is dan ook geen kip op straat, slechts enkele toeristen. Alle winkels, internetcafe's en restaurants zijn gesloten. De stad lijkt werkelijk uitgestorven. Dus zit er niks anders op voor Boes en mij dan lekker bijkomen in ons hostel en na te genieten van de afgelopen dagen!


Index

De Cotopaxi (Hanke) (28-11-2001)

De Cotopaxi is een vulkaan van 6000 meter hoog, zo'n twee uur rijden van Quito. Het is een berg die op zichzelf staat en ontspringt uit de vlakte, dan hoog de hemel inreikt als een ware driehoek, bedekt met een ster van sneeuw op de top. Een berg om te gaan ontdekken dus, en zo onstaat het plan om vier dagen te gaan kamperen in ''National Park the Cotopaxi''.

Woensdag 28 november

Na een korte busreis vanuit Quito liften Boes en ik mee in de achterbak van een pick-up truck, op weg naar de ingang van het park. We betalen $10 'entrance fee' en lopen over een zandpad het dichte sparrenbos in. Helaas is het bewolkt en kunnen we slechts vermoeden waar de Cotopaxi zich zal bevinden. Aangezien Boes een flinke diarree te pakken heeft, stoppen we regelmatig onderweg. Uren wandelen we door, van de bossen naar de vlakte, als het flink begint te regenen. Als er een jeep voorbij komt, besluiten we een lift te vragen. Een Duitser en een Engelsman samen met een gids zijn van plan de Cotopaxi te gaan beklimmen en lachend geven ze ons een lift (''Nu kun je niet meer zeggen dat je alles hebt gelopen, haha''). In een schitterende open vlakte op 3300 meter hoogte met aan de horizon bergen, zetten we onze tent neer. Ik maak wat overheerlijke guacamole van de knoflook, uien, en avocados die we hebben meegenomen, als Boes ziek in slaap valt. Later wordt hij wakker van de zes teentjes knoflook die ik uitadem. Gelukkig valt Boes daarna weer ondanks zijn 'beroerd voelen' in een diepe lange slaap, al om acht uur in de avond.

Donderdag 29 november

We worden fris wakker en na wat koffie besluiten we er maar voor te gaan vandaag: de Cotopaxi bedwingen. We lopen uren door een vlak woestijnachtig landschap vol grote keien en verder niks. Als we aan de voet van de Cotopaxi belanden, op 3800 meter, zien we ineens een schitterende 'short-cut', recht omhoog in plaats van kilometers om. Dit betekent een echte rotsklimroute van zo'n twaalf meter hoog, en met onze zware rugzakken op de rug vol groente en eten valt dit nog behoorlijk tegen. Boes glijdt verschillende keren uit, maar eindelijk staan we dan te hijgen aan de top van de klim. Pff, dat zullen we niet snel nog eens doen op deze hoogte! Buiten adem beginnen we aan de rest van de 1000 meter die we moeten klimmen tot aan de 'Refugio de San Jose', op 4800 meter hoogte. Stapje voor stapje gaan we voort, ons alleen concentrerend op elke volgende stap die we moeten nemen. Er is geen zuurstof voor meer gedachten. In een haast hypnotiserend ritme volgen we het pad, met af en toe een rustpauze, tussen de wilde bruine paarden met hun ontzettend lange zwarte wilde manen. We wanen ons even in het Wilde Westen. Na wat chocolade en chips kan de tocht weer voortgaan. Boes en ik hijgen ons te pletter, om nu na ongeveer elke bocht te stoppen. We mogen van geluk spreken dat de zon niet schijnt en dat het bewolkt is. We komen nog twee Amerikanen tegen en wat gidsen, die allemaal beweren dat het niet ver meer is naar de hut. Dan zien we de parkeerplaats. Dit betekent dat we op 4500 meter zitten, nog 300 meter, die heel steil schijnen te zijn. Schuifelend en na elke tien stappen rustend, klimmen we het steile zanderige bergpad op, tot plots de lucht opklaart en de zon zijn stralen schijnt op....: de prachtig schitterende besneeuwde bergtop van de Cotopaxi! Ik geloof niet dat ik ooit zo'n mooie top heb gezien! Glinsterend in de sneeuw rijst een zacht golvende top boven ons uit, met onder al het glanzend wit een felrooie lavalaag en daarboven een steile grijze rotswand! Wat een vulkaan zeg! Dit geeft ineens veel meer spirit om door te lopen en af en toe te rusten en te genieten van het overweldigende uitzicht! Plots zien we vanachter een heuvel, de Refugio verschijnen, nog 50 meter en dan zijn we er! Helaas zijn deze laatste meters echt zwaar met zo weinig zuurstof, dat we om de paar stappen elke keer even op adem moeten komen. Maar uiteindelijk bereiken we de hut en zijn we de koning te rijk! We drinken heeeeeeel veel water (grote hoogte droogt je uit) en koken wat lekkers. De hut zit vol met mensen die op expeditie gaan naar de top, zo'n 30 toeristen met een georganiseerde reis met gids. 100 Dollar betalen zij, en wij zijn hier gratis! Tevens valt het ons op dat al veel stoere jonge mannen op bed liggen vanwege hoogteziekte..te snel omhoog gegaan waarschijnlijk. Terwijl Boes en ik aan onze bruine rum zitten, legt de gids het plan uit: dat ze die nacht om één uur vertrekken naar de top, 1000 meter klimmen, en wat de routes zijn. Hij legt uit hoe je de verschijnselen van hoogteziekte kunt ontdekken en dat het zwaar is. Ik geloof echt dat Boes en ik ons nog één van de besten voelen op deze hoogte, ook omdat we zo langzaam omhoog zijn gegaan en hebben gelopen, in plaats van met een jeep ineens naar 4800 meter. Met trillende benen van de spierinspanningen van die dag val ik in een vier-persoons stapelbed (vier bedden boven elkaar dus!) in slaap, om nog vaak wakker te worden van de expeditieleden die opstaan of brakend in bed liggen...

Vrijdag 30 november

Als Boes en ik met een kopje koffie in de verse sneeuw buiten zitten, zien we een prachtig vlak landschap met aan de horizon vulkanen, zo ver als het oog kan reiken. Het is een overweldigend uitzicht op deze hoogte, en volgens Boes het mooiste wat hij ooit heeft gezien. Na wat spannende expeditieverhalen te hebben gehoord van reizigers die de top net niet hadden bereikt, maar moesten terugkeren vanwege de diepe sneeuw die het lopen zwaar maakt, lopen we richting een gletsjer. Het lopen is zwaar, maar dan zien we felflauw ijs oplichten, met gevaarlijke spleten erin. Zulk natuurschoon maakt me haast bang, met al zijn krakende en sijpelende geluiden. Even twijfelen we nog of we toch niet naar de top zullen lopen, aangezien we geen hoofdpijn of misselijkheid of elk ander teken van hoogteziekte hebben. Maar dan bedenk ik mijn overmoed bij het beklimmen van de Huayna Potosi in Bolivia, en besluiten we lekker aan de afdaling te beginnen. Dit gaat veel makkelijker, en struinend door hoge struiken (weer een 'short-cut') en wilde paarden en prikkels, bereiken we sneller als verwacht de kampplaats. Na nog wat rum en spelletjes duiken we de tent in.

Zaterdag 31 november

De felle zon schijnt regelrecht op de Cotopaxi. Dit is de eeste keer dat we hem van onderaf helemaal zien, en het uitzicht is oogverblindend! Precies een driehoek met een ster van sneeuw op de top! Ik heb nog nooit zo gebaald dat mijn fotorolletje vol was...snik, snik..Na koffie en ontbijt te hebben gemaakt op een vuurtje (ons gas was al op), en heerlijk in de zon te hebben liggen baden (ongelooflijk op 3800 meter), lopen we aan. We hebben het geluk dat er net een auto voorbij komt, die ons een ritje aanbiedt. Al hortend en stotend rijden we voort in de brakke jeep. Elke keer als we een bergje opmoeten, stopt hij ermee, prutst de chauffeur wat aan de motor en doet hij het weer. Tot hij echt niks meer doet, en een andere truck ons voort moet slepen met een touw. Natuurlijk knapt het touw. De jongens van de andere truck stappen uit, en één ervan kijkt, als ik buiten sta, in de achterkant van onze open jeep en ziet onze spullen liggen. Ik zie het. De jongen loopt naar achter, pakt een tas, maar kijkt dan op, recht in het lachende gezicht van Boes. En weg is hij! Erg grappig. Uiteindelijk bereiken we toch weer de Panamericana, de weg naar Quito. Al nadat we één minuut naast de weg staan krijgen we een lift van een sjiek Ecuadoriaans stel. Later blijken het broer en zus te zijn, en hun vader heeft een groothandel in de Ecuadoriaanse hoedjes die je hier overal ziet. De hoedjes worden uit Italië geïmporteerd en hier in hun fabriek gevormd. Erg grappig. Vol van natuurschoon en wilde tochten bereiken we weer de geciviliceerde wereld!


Index

Aan het strand in Montanita (Hanke) (02-12-2001)

Montanita, Zondag 2 tot en met Donderdag 6 december

Montanita is een schitterend klein surfdorpje aan de Ecuadoriaanse kust. Het jammere is dat alleen in januari en februari de zon schijnt, en wij dus slechts grijze wolken (zonder al teveel regen) gezien hebben. De golven zijn er gigantisch gevaarlijk hoog, zo hoog dat Boes zijn bril erin verloor... Zoeken heeft bij zulke hevige stroming weinig zin! Alle huisjes hebben mooie strodaken en veel kleuren en het is er groen met bananenbomen en cactussen. Overal zijn schattige hostels, restaurantjes en pubs. Behoorlijk toeristisch dus. Op de zanderige wegen zie je kleine puppies lopen en ranzige moeders met tepels als die van een varken, van het vele jongen. Speciaal één moeder met twee jonge bruinzwarte puppies hadden mijn hart gestolen. Elke dag ging ik ze even opzoeken en sprongen ze vanzelf op mijn schoot om vervolgens in mijn haar te bijten en mijn vingers af te likken. Uitgaan gaat hier gigantisch goed, en met een paar cocktails achter de kiezen heb je Boes zo dronken! Met als gevolg dat hij nu twaalf cd's moet opsturen naar een kroeg (beloofd is beloofd). Het leuke was ook dat we hier in dit dorpje weer Edwina, Alex, Sabrina en Oscar ontmoetten. Een hevig weerzien dus en gezellige avonden gevuld met spannende reisverhalen. We zaten in een houten hostel met veranda recht aan zee, waar je de hele dag gratis kon poolbiljarten. Er zijn dus verscheidene backpackers door Oscars biljartkunsten ingemaakt! Op een dag zagen Oscar en ik, struinend langs de zee, op zoek naar Boes zijn bril, een grote schildpad liggen. Helaas was hij dood. Ik had nog nooit zoiets gezien. Verder hebben we ons vermaakt met het laten maken van kleding door een ware kleermaker in het dorpje, een schattige vent die ons zelfs gratis een biertje gaf, en met het eten van de meest kostelijke maaltijden. Sinterklaas vieren was hier wel wat raar in de hitte, maar met wat pepernoten en meer lekkernij van ons mam, zat de sfeer er toch goed in. Zeker toen Oscar ze ook nog eens ging gooien in de kamer van Alex en Sabrina (die inmiddels een relatie hebben, hihi)! Boes en Oscar hebben het internetcafé nog geholpen door twee computers te fixen, waardoor we continue gratis konden internetten. Helaas kwam ook aan deze heerlijk relaxte tijd een eind, aangezien we vóórdat we weggingen toch nog wat meer van Ecuador wilden zien. Dag hondjes, lekker eten en wild uitgaansleven. Dag mooie zee met je hoge golven en kwallen ( de enige dag dat er tien minuten zon was, zijn Alex en ik door kwallen gebeten..rooie striemen die branden en jeuken over ons hele lichaam!), DAAAG strand...


Index

Naar de markt in Saquisili (Oscar) (10-12-2001)

Een van onze laatste uitstapjes in Zuid-Amerika was de markt in Saquisili, een paar uur bussen over de Panamericana naar het zuiden. Om niks te missen waren we vroeg opgestaan. Onderweg zag ik voor het eerst een prachtige Cotopaxi wat me wel wat jaloers op Hanke en Boes maakte, die hadden er immers bijna bovenop gestaan! Ondanks dat we lekker vroeg in Saquisili aankwamen, was de markt al in volle gang, begeleid door de gebruikelijke fanfare. De markt was verdeeld over maar liefst elf pleinen en ook in alle tussenliggende straatjes stond alle waar uitgestald. We hebben niet alle pleinen afgelopen maar hadden na enkele uren rondzwerven toch een aardig beeld. De pleinen waren niet op toeristen gericht op één na: daar kon je de gebruikelijke hangmatten, beeldjes, kleden, kleren en tassen kopen. Allemaal in de zo kenmerkende mooi felle Zuid-Amerikaanse kleuren. Maar ja, zo'n hangmat haalt het natuurlijk niet bij een hangmat van een gebruikt visnet uit Montanita! Andere thema's op de diverse pleinen waren: groenten (kilo's en kilo's bananen), eten (veel diverse zaden, vruchten), dieren (da's ook eten: van varkenskoppen tot cavia's), kleding (naast traditionele kleding ook veel import van Nike en andere 'Amerikaanse' merken) en prullaria (potten en pannen). De meeste waar was op de grond uitgestald maar er waren ook voldoende kraampjes. Tevens was er een slachterij waar de 's morgens nog levende dieren tot vlees werden verwerkt: je weet zo wel waar je stukje vlees vandaan komt! Om even bij te komen kon je lekker, life geperst, vruchtensap drinken. De gekochte waar ging mee de bus in en als dat niet handig was werd het boven op de bus gebonden. Zo zat Hanke op de weg terug naast iemand met een zak vol cavia's en zag je bij andere bussen kippen en schapen op het dak vastgebonden. Al met al een heel kleurrijke belevenis en een markt om niet snel te vergeten!
Index

Globale indruk Ecuador (Hanke) (14-12-2001)

Ecuador is over het algemeen meer westers dan Bolivia. Ook is het sinds de 'Dollarisatie' veel duurder geworden, wat voor de bevolking een groter verschil tussen rijk en arm oplevert. Quito is een echt rijke westerse stad, maar als je wat meer het platteland intrekt, zie je ook hier kleine stenen berghutjes met strooien daken, vrouwen en mannen met hoedjes op (anders dan in Bolivia, hier zijn het geen bolhoedjes), vrouwen met wijde rokken aan, doeken om en babies in doeken op de rug, kleine kindjes met verfomfraaide haren en kleren op blote voetjes en akkers waarop nog met de hand wordt gewerkt. De markten zijn hier veel groter en behoorlijk ontoeristisch, vol met vieze zelfgemaakte maisdrankjes, een levendige handel in lama's, honden, kippen, varkens, koeien, cavia's (die eten ze hier volop!), konijnen, schapen en ga zo maar door. Naast de levende dieren is een bloedige slachterij, waar je op straat koeiehoofden ziet liggen en slagers ziet rondlopen met bebloede overalls aan. Dat hoeft van mij niet echt. Overal kun je hoedjes kopen, mango's, bananen, en allerlei ander tropisch fruit. Het is een genot voor het oog, deze kleuren en traditioneel geklede Ecuadorianen. Vooral de markt in Saquisili en Zumbahua, die nog vrij 'unspoiled' zijn door toeristen, zijn de moeite waard. Op de terugweg van de Saquisili markt zat ik in een bus naast twee zakken krioelende cavia's, met op het dak schapen en kippen. Ongelooflijk gewoon!

Op straat lopen in het donker in Quito is niet echt aan te raden. Al lijkt de 'New Town' redelijk veilig met veel bewakers met honden op de hoeken van de straten, zeker de 'Reina Victoria' straat is niet te vertrouwen. Alex en Sabrina zijn hier met een mes bedreigd, en hebben zo een tas met camera, dagboek, paspoort, pinpas en wat geld verloren. En zij zijn niet de enigen. Oppassen dus. Qua landschap heb je in het midden van Ecuador, net onder Quito, een hele reeks op zichzelf staande vulkanen van rond de 6000 meter hoog. In het Oosten ligt de jungle, alsook in het noorden. Als je naar de kust gaat wordt het wat droger, maar over het algemeen is Ecuador een zeer groen land. Overal zie je enorme banaan- en palmplantages langs de weg. De mensen zijn erg vriendelijk, al proberen ze je natuurlijk ook te naaien, zoals in elk Zuid-Amerikaans land. Je moet blijven onderhandelen, anders betaal je als toerist minstens het dubbele van locals!

Helaas hebben we niet meer tijd om nog de jungle te ontdekken en andere mooie stadjes te bezoeken in Ecuador. Maar de eerste indruk van dit land was zeker de moeite waard...


Index